Coachkaart voor thuis · De Bloesem

Een deel van een geheel berekenen

Groep 6Rekenen · Blok 9, week 1 · les 110 min, zonder scherm

Lesdoel: "Ik kan een deel van een geheel berekenen, zoals 3/4 van 200."

Zo coacht u: het stappenplan 'Een deel van een geheel berekenen' van school

Uw kind leerde vandaag een deel van een getal uitrekenen, bijvoorbeeld 3/4 van 200. Het deelt eerst door de noemer: 200 : 4 = 50 is één stuk. Dan doet het één stuk keer de teller: 3 × 50 = 150.

  • Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
  • Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
  • Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
  1. Kijk naar de noemer: in hoeveel gelijke stukken verdeel je het geheel? Teken een strook.
    VraagWelk getal staat onder de streep? In hoeveel gelijke stukken verdeel je dus het geheel?
  2. Reken uit hoeveel één stuk is: het geheel gedeeld door de noemer.
    VraagHoeveel is één stuk? Welke deelsom heb je gedaan?
  3. Kijk naar de teller: zoveel stukken neem je. Doe één stuk keer de teller.
    VraagWelk getal staat boven de streep? Hoeveel stukken neem je, en hoeveel is dat samen?
  4. Controleer met schatten: is de breuk meer of minder dan de helft, of precies de helft? Past je antwoord daarbij?
    VraagWat is de helft van het geheel? Is je antwoord meer of minder dan de helft, en klopt dat met de breuk?

Samen oefenen aan tafel

  1. Hoeveel is 3/5 van 35?Vraag: in hoeveel stukken verdeel je 35? Hoeveel stukken neem je?
  2. Hoeveel is 3/8 van 40?Vraag: kun je de strook tekenen en in elk stuk zetten wat het waard is?
  3. Hoeveel is 3/4 van 36?Vraag: kun je de tussenstap opschrijven: één stuk = …?
  4. Uit het dagelijks leven: je hebt € 45 gespaard en geeft 2/5 daarvan uit aan een spel. Hoeveel euro geef je uit?Vraag: wat is je som? Is het meer of minder dan de helft van je geld?

Hoe ging het?

Tip van de juf

  • De twee fouten van vandaag: stoppen na één stuk (bij 3/5 van 30 stopt het bij 30 : 5 = 6), of delen door de teller in plaats van door de noemer. Vraag steeds: 'Hoeveel stukken heb je nu?'
  • Laat uw kind bij elke som de tussenstap opschrijven: één stuk = … Een getekende strook met in elk stuk het getal helpt: 'keer de teller' is dan gewoon optellen.
  • Bij verhaaltjes gebruikt de klas altijd het 5-stappenplan: lees 2 keer · wat weet ik, wat is de vraag? · schrijf de som op · reken uit · controleer + eenheid. Hier is 'reken uit' eerst delen door de noemer en dan keer de teller.
Antwoorden voor de ouder: 1: één stuk 7, dus 21 · 2: één stuk 5, dus 15 · 3: één stuk 9, dus 27 · 4: één stuk € 9, dus € 18 (minder dan de helft van 45, klopt).
Home coaching card · De Bloesem

Working out a part of a whole

Year group 6Maths · Block 9, week 1 · lesson 110 min, no screens

Learning goal: "I can work out a part of a whole, like 3/4 of 200."

How you coach: the school's plan 'Een deel van een geheel berekenen'

Today your child learned to work out a part of a number, for example 3/4 of 200. First your child divides by the noemer (denominator, below the line): 200 : 4 = 50 is one piece (: means 'divided by'). Then your child does one piece times the teller (numerator, above the line): 3 × 50 = 150.

  • Let your child explain. You listen and ask more.
  • Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
  • Praise the method, not just the answer.
  1. Look at the noemer: into how many equal pieces do you divide the whole? Draw a strip (strook).
    AskWhich number is below the line? So into how many equal pieces do you divide the whole?
  2. Work out how much one piece is: the whole divided by the noemer.
    AskHow much is one piece? Which division sum did you do?
  3. Look at the teller: that is how many pieces you take. Do one piece times the teller.
    AskWhich number is above the line? How many pieces do you take, and how much is that together?
  4. Check by estimating: is the fraction more or less than a half, or exactly a half? Does your answer fit with that?
    AskWhat is half of the whole? Is your answer more or less than half, and does that fit with the fraction?

Words in bold are the Dutch words your child uses in class.

Practise together at the table

  1. How much is 3/5 of 35?Ask: into how many pieces do you divide 35? How many pieces do you take?
  2. How much is 3/8 of 40?Ask: can you draw the strip and write in each piece what it is worth?
  3. How much is 3/4 of 36?Ask: can you write down the in-between step: one piece = …?
  4. From daily life: you have saved € 45 and spend 2/5 of it on a game. How many euros do you spend?Ask: what is your sum? Is it more or less than half of your money?

How did it go?

Tip from the teacher

  • The two typical mistakes: stopping after one piece (with 3/5 of 30 stopping at 30 : 5 = 6), or dividing by the teller instead of by the noemer. Keep asking: 'How many pieces do you have now?'
  • Let your child write down the in-between step for every sum: one piece = … A drawn strip with the number in each piece helps: 'times the teller' is then simply adding up.
  • For story sums the class always uses the 5-step plan (5-stappenplan): read it 2 times · what do I know, what is the question? · write down the sum · work it out · check + unit. Here 'work it out' is first dividing by the noemer and then times the teller.
Answers for the parent: 1: one piece 7, so 21 · 2: one piece 5, so 15 · 3: one piece 9, so 27 · 4: one piece € 9, so € 18 (less than half of 45, correct).

Was deze kaart nuttig?Was this card useful?

Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.

Deze kaart in een andere taal of laten voorlezen? Scan de code. This card in another language or read aloud? Scan the code.
De Bloesem · groep 6 · gemaakt bij de les van de juf De Bloesem · group 6 · made with the teacher's lesson