Coachkaart voor thuis · De Bloesem

De verleden tijd van sterke werkwoorden

Groep 6Spelling · Blok 9, week 3 · les 110 min, zonder scherm

Lesdoel: "Ik kan de categorieën en werkwoorden waar ik nog moeite mee heb goed schrijven."

Zo coacht u: de verleden tijd van een sterk werkwoord

Uw kind noemde vandaag bij woorden de categorie en de regel en zette werkwoorden in de verleden tijd (hij neemt – hij nam). Dat zijn sterke werkwoorden: de klank verandert. Daarna maakte uw kind een dictee met de categoriekaart en zocht het in een zin de zinsdelen.

  • Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
  • Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
  • Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
  1. Zeg eerst het hele werkwoord (bijvoorbeeld ‘nemen’) en welke persoon het is (ik, jij, hij …).
    VraagWat is het hele werkwoord? Welke persoon is het?
  2. Zeg de werkwoordregel voor de tegenwoordige tijd: Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd: ik-vorm+t, behalve bij ik en als jij of je erachter staat en bij de gebiedende wijs.
    VraagWat is de ik-vorm? Moet er een t bij?
  3. Verleden tijd? Zeg: Persoonsvorm in de verleden tijd van een sterk werkwoord. Ik denk aan de categoriekaart.
    VraagHoe verandert de klank van het werkwoord?
  4. Schrijf het woord op en zeg de categorie en de regel. In de klas zet uw kind het nummer van de categorie erboven.
    VraagWelke categorieën zitten erin?

Samen oefenen aan tafel

  1. Lees elk woord één keer voor; uw kind zegt het na, noemt de categorieën en schrijft het op: de poncho · de chirurg · de ketchup.Vraag: welke categorie hoor je? Wat is de regel?
  2. Verleden tijd: u zegt ‘hij komt · wij lezen · jij schrijft’; uw kind schrijft de verleden tijd en zegt de werkwoordregel.Vraag: verandert de klank? Hoe weet je dat het een sterk werkwoord is?
  3. Lees voor: ‘De oude klok slaat twaalf uur.’ Uw kind zoekt pv, wwg en ond en doet de tijdproef.Vraag: welk woord verandert in een andere tijd?
  4. Uit het dagelijks leven: uw kind vertelt in drie zinnen wat het onlangs deed, in de verleden tijd, en onderstreept de persoonsvormen.Vraag: hoe zeg je dat in de tegenwoordige tijd?

Hoe ging het?

Tip van de juf

  • Een sterk werkwoord verandert van klank: blijven – bleef. Laat uw kind de tegenwoordige en de verleden tijd naast elkaar zeggen.
  • Eerst de regel zeggen, dan pas schrijven: zo doet de juf het ook.
Antwoorden voor de ouder: 1: de poncho: Chefwoord. Ik schrijf c h. · de chirurg: Chefwoord. Ik schrijf c h. · Kilowoord. Ik schrijf i. · de ketchup: Chefwoord. Ik schrijf c h. · 2: hij kwam · wij lazen · jij schreef · 3: pv slaat; wwg slaat; ond de oude klok; tijdproef: De oude klok sloeg twaalf uur · 4: eigen zinnen
Home coaching card · De Bloesem

The past tense of strong verbs

Year group 6Spelling · Block 9, week 3 · lesson 110 min, no screens

Learning goal: "I can correctly write the categories and verbs I still find difficult."

How you coach: the past tense of a strong verb

Today your child named the category and the rule for words and put verbs in the past tense (hij neemt – hij nam). These are sterke werkwoorden (strong verbs): the sound changes. Then your child did a dictation with the category card and found the parts of the sentence in a sentence.

  • Let your child explain. You listen and ask more.
  • Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
  • Praise the method, not just the answer.
  1. First say the whole verb (for example ‘nemen’) and which person it is (ik, jij, hij …).
    AskWhat is the whole verb? Which person is it?
  2. Say the verb rule for the present tense: Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd: ik-vorm+t, behalve bij ik en als jij of je erachter staat en bij de gebiedende wijs. (Finite verb in the present tense: the ‘I’ form + t, except with ik, when jij or je comes after it, and in the imperative.)
    AskWhat is the ik-vorm (the ‘I’ form)? Does it need a t?
  3. Past tense? Say: Persoonsvorm in de verleden tijd van een sterk werkwoord. Ik denk aan de categoriekaart. (Finite verb in the past tense of a strong verb. I think of the category card.)
    AskHow does the sound of the verb change?
  4. Write the word down and say the category and the rule. In class your child puts the category number above it.
    AskWhich categories are in it?

Words in bold are the Dutch words your child uses in class.

Practise together at the table

  1. Read each word once; your child repeats it, names the categories and writes it: de poncho · de chirurg · de ketchup.Ask: which category do you hear? What is the rule?
  2. Past tense: you say ‘hij komt · wij lezen · jij schrijft’; your child writes the past tense and says the verb rule.Ask: does the sound change? How do you know it is a strong verb?
  3. Read aloud: ‘De oude klok slaat twaalf uur.’ Your child finds pv (finite verb), wwg (all the verbs) and ond (subject) and does the tijdproef (tense test).Ask: which word changes in another tense?
  4. From daily life: in three sentences, your child tells you what they did recently, in the past tense, and underlines the finite verbs.Ask: how do you say that in the present tense?

How did it go?

Tip from the teacher

  • A strong verb changes its sound: blijven – bleef. Let your child say the present and the past tense side by side.
  • First say the category and the rule, and only then write: the teacher does it the same way.
Answers for the parent: 1: de poncho: Chefwoord. Ik schrijf c h. (I hear sh, I write ch) · de chirurg: Chefwoord. Ik schrijf c h. · Kilowoord. Ik schrijf i. (I hear ee, I write i) · de ketchup: Chefwoord. Ik schrijf c h. · 2: hij kwam · wij lazen · jij schreef · 3: pv slaat; wwg slaat; ond de oude klok; tense test: De oude klok sloeg twaalf uur · 4: own sentences

Was deze kaart nuttig?Was this card useful?

Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.

Deze kaart in een andere taal of laten voorlezen? Scan de code. This card in another language or read aloud? Scan the code.
De Bloesem · groep 6 · gemaakt bij de les van de juf De Bloesem · group 6 · made with the teacher's lesson