Coachkaart voor thuis · De Bloesem

Herhaling grammatica: het uitroepteken

Groep 6Spelling · Blok 8, week 4 · les 310 min, zonder scherm

Lesdoel: "Ik kan de grammaticaonderdelen waar ik nog moeite mee heb goed toepassen."

Zo coacht u: het uitroepteken en de zinsdelen

Vandaag haalde de juf de grammatica weer op. Uw kind herhaalde het uitroepteken: aan het eind van een uitroep of een bevel. In het werkboek maakte het van een vraag een bevel, vulde het het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord in en schreef het zinnen met een dubbele punt en aanhalingstekens.

  • Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
  • Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
  • Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
  1. Lees de zin hardop voor. Is het een uitroep, een bevel, een vraag of een gewone zin?
    VraagIs het een uitroep? Moet je iets doen? Wordt er iets gevraagd?
  2. Een uitroep? Zeg: ‘Het is een uitroep. Je schrijft een uitroepteken aan het eind van de zin.’
    VraagWaar komt het uitroepteken? Waarom?
  3. Een bevel? Zeg: ‘Het is een bevel, je moet iets (niet) doen. Je schrijft een uitroepteken aan het eind van de zin.’
    VraagMoet je iets (niet) doen? Waar komt het uitroepteken?
  4. Een werkwoord in de voltooide tijd? Noem het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord.
    VraagWelk woord is het hulpwerkwoord? Welk woord is het voltooid deelwoord?

Samen oefenen aan tafel

  1. Lees voor; uw kind schrijft de zinnen op, met het goede teken: ‘Ik ben zo blij’ · ‘Luister goed’ · ‘Wil je even luisteren’ · ‘De poes ligt op de mat’.Vraag: is het een uitroep, een bevel, een vraag of een gewone zin?
  2. Maak van de vraag een bevel, met uitroepteken: ‘Help je even mee?’ · ‘Doe je het licht uit?’.Vraag: wat is de ik-vorm? Welk teken komt aan het eind?
  3. Lees voor en laat uw kind het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord invullen: ‘De buurman … zijn fiets … (wassen).’ · ‘Mijn zus … naar school … (rennen).’ · ‘Wij … de kamer … (schilderen).’Vraag: welk hulpwerkwoord past? Hoe klinkt het voltooid deelwoord?
  4. Uw kind schrijft een zin waarin iemand iets zegt, met een dubbele punt, aanhalingstekens en hoofdletters.Vraag: waar komt de dubbele punt? Waar beginnen en eindigen de aanhalingstekens?

Hoe ging het?

Tip van de juf

  • Zeg bij elke zin de regel hardop; niet alleen het teken zetten.
  • Een uitroepteken hoort alleen bij een uitroep of een bevel. Bij een vraag hoort een vraagteken en bij een gewone zin een punt.
Antwoorden voor de ouder: 1: Ik ben zo blij! (uitroep) · Luister goed! (bevel) · Wil je even luisteren? (vraag) · De poes ligt op de mat. (gewone zin) · 2: Help even mee! · Doe het licht uit! · 3: heeft gewassen · is gerend · hebben geschilderd · 4: eigen zin, bijvoorbeeld: Mijn buurvrouw zegt: ‘Kom maar binnen!’
Home coaching card · De Bloesem

Grammar revision: the exclamation mark

Year group 6Spelling · Block 8, week 4 · lesson 310 min, no screens

Learning goal: "I can correctly apply the grammar topics I still find difficult."

How you coach: the exclamation mark and the parts of the sentence

Today the teacher went over the grammar again. Your child revised the uitroepteken (exclamation mark): at the end of an uitroep (exclamation) or a bevel (command). In the workbook your child turned questions into commands, filled in the hulpwerkwoord (auxiliary verb) and voltooid deelwoord (past participle) and wrote sentences with a colon and quotation marks.

  • Let your child explain. You listen and ask more.
  • Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
  • Praise the method, not just the answer.
  1. Read the sentence aloud. Is it an exclamation, a command, a question or an ordinary sentence?
    AskIs it an exclamation? Do you have to do something? Is something being asked?
  2. An exclamation? Say: ‘Het is een uitroep. Je schrijft een uitroepteken aan het eind van de zin. (It is an exclamation. You write an exclamation mark at the end of the sentence.)’
    AskWhere does the exclamation mark go? Why?
  3. A command? Say: ‘Het is een bevel, je moet iets (niet) doen. Je schrijft een uitroepteken aan het eind van de zin. (It is a command, you have to do (or not do) something. You write an exclamation mark at the end of the sentence.)’
    AskDo you have to do (or not do) something? Where does the exclamation mark go?
  4. A verb in the perfect tense? Name the auxiliary verb and the past participle.
    AskWhich word is the auxiliary verb? And the past participle?

Words in bold are the Dutch words your child uses in class.

Practise together at the table

  1. Read aloud; your child writes the sentences down with the right mark: ‘Ik ben zo blij’ · ‘Luister goed’ · ‘Wil je even luisteren’ · ‘De poes ligt op de mat’.Ask: is it an exclamation, a command, a question or an ordinary sentence?
  2. Turn the question into a command, with an exclamation mark: ‘Help je even mee?’ · ‘Doe je het licht uit?’.Ask: what is the ik-vorm (the ‘I’ form)? Which mark goes at the end?
  3. Read aloud; your child fills in the auxiliary verb and the past participle: ‘De buurman … zijn fiets … (wassen).’ · ‘Mijn zus … naar school … (rennen).’ · ‘Wij … de kamer … (schilderen).’Ask: which auxiliary verb fits? What does the past participle sound like?
  4. Your child writes a Dutch sentence in which someone speaks, with a colon, quotation marks and capitals.Ask: where does the colon go? Where do the quotation marks open and close?

How did it go?

Tip from the teacher

  • Say the rule out loud with every sentence, not just the mark.
  • Exclamation mark: only with an exclamation or a command. A question gets a question mark, a statement a full stop.
Answers for the parent: 1: Ik ben zo blij! (exclamation) · Luister goed! (command) · Wil je even luisteren? (question) · De poes ligt op de mat. (ordinary sentence) · 2: Help even mee! · Doe het licht uit! · 3: heeft gewassen · is gerend · hebben geschilderd · 4: own sentence, for example: Mijn buurvrouw zegt: ‘Kom maar binnen!’

Was deze kaart nuttig?Was this card useful?

Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.

Deze kaart in een andere taal of laten voorlezen? Scan de code. This card in another language or read aloud? Scan the code.
De Bloesem · groep 6 · gemaakt bij de les van de juf De Bloesem · group 6 · made with the teacher's lesson