De gebiedende wijs afronden
Lesdoel: "Ik kan de gebiedende wijs goed schrijven."
Zo coacht u: de gebiedende wijs zonder categoriekaart
Uw kind rondde de gebiedende wijs af, zonder categoriekaart. Bij een bevel schrijft uw kind de ik-vorm (er komt geen t bij) en zegt de werkwoordregel erbij. Ook veranderde het werkwoorden van de tegenwoordige naar de verleden tijd.
- Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
- Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
- Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
- Luister naar het bevel en zeg het na.VraagWelk bevel hoorde je? Zeg het nog eens.
- Zeg het werkwoord met de regel: “… is een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd: ik-vorm+t, behalve bij ik en als jij of je erachter staat en bij de gebiedende wijs.”VraagWelk woord is de persoonsvorm? Wat is de regel?
- Zeg: “Het is een bevel: je moet iets doen. … is de gebiedende wijs, dus ik schrijf de ik-vorm.”VraagWelke vorm schrijf je? Komt er een t bij?
- Schrijf het bevel op, met een uitroepteken aan het eind.VraagWelk teken komt aan het eind?
Samen oefenen aan tafel
- Lees elk woord één keer voor; uw kind zegt het na en schrijft het op, zonder boek: het uitvoerinkje · de energie · de chef.Vraag: welke categorie herken je? Wat is de regel?1: het uitvoerinkje: Verkleinwoord met -nkje. Plankwoord. Daar mag niets tussen. Dan je erachter. · de energie: Garagewoord. Ik hoor /zj/, maar ik schrijf g. · de chef: Chefwoord. Ik schrijf c h.
- Lees elk bevel één keer voor; uw kind schrijft het op met uitroepteken: ‘Rijg de kralen aan een draad’ · ‘Giet de melk in de kan’ · ‘Lijm de randen goed vast’.Vraag: wat is de ik-vorm? Waarom staat er wel of geen t aan het eind?2: Rijg de kralen aan een draad! · Giet de melk in de kan! · Lijm de randen goed vast! (gebiedende wijs: de ik-vorm, er komt geen t bij)
- Werkwoorden: u zegt hij springt · hij geeft · hij drinkt; uw kind schrijft de verleden tijd en noemt de werkwoordregel.Vraag: welke klank verandert in het werkwoord?3: hij sprong · hij gaf · hij dronk (Persoonsvorm in de verleden tijd van een sterk werkwoord. Ik denk aan de categoriekaart.)
Hoe ging het?
Tip van de juf
- Bij ‘Giet!’ staat wél een t aan het eind: die zit al in de ik-vorm (ik giet). Er komt geen t bij. Laat uw kind de ik-vorm eerst hardop zeggen.
- Kijk samen goed na: zorgvuldig nakijken is net zoveel waard als een goed dictee.
Finishing the imperative
Learning goal: "I can write the imperative correctly."
How you coach: the imperative without the category card
Your child finished the gebiedende wijs (imperative), without the category card. In a command your child writes the ik-vorm (the ‘I’ form, no t is added) and says the verb rule with it. Your child also changed verbs from the present tense into the past tense.
- Let your child explain. You listen and ask more.
- Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
- Praise the method, not just the answer.
- Listen to the command and say it back.AskWhich command did you hear? Say it again.
- Say the verb with the rule: “… is een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd: ik-vorm+t, behalve bij ik en als jij of je erachter staat en bij de gebiedende wijs.” (Finite verb in the present tense: the ‘I’ form + t, except with ik, when jij or je comes after it, and in the imperative.)AskWhich word is the persoonsvorm (finite verb)? What is the rule?
- Say: “Het is een bevel: je moet iets doen. … is de gebiedende wijs, dus ik schrijf de ik-vorm.” (It is a command: you have to do something. … is the imperative, so I write the ‘I’ form.)AskWhich form do you write? Is a t added?
- Write the command down, with an uitroepteken (exclamation mark) at the end.AskWhich mark goes at the end?
Words in bold are the Dutch words your child uses in class.
Practise together at the table
- Read each word aloud once; your child says it back and writes it down, without the book: het uitvoerinkje · de energie · de chef.Ask: which category do you recognise? What is the rule?1: het uitvoerinkje: Verkleinwoord met -nkje. Plankwoord. Daar mag niets tussen. Dan je erachter. · de energie: Garagewoord. Ik hoor /zj/, maar ik schrijf g. · de chef: Chefwoord. Ik schrijf c h.
- Read each command aloud once; your child writes it down with an exclamation mark: ‘Rijg de kralen aan een draad’ · ‘Giet de melk in de kan’ · ‘Lijm de randen goed vast’.Ask: what is the ‘I’ form? Why is there, or is there not, a t at the end?2: Rijg de kralen aan een draad! · Giet de melk in de kan! · Lijm de randen goed vast! (imperative: the ik-vorm, no t is added)
- Verbs: you say hij springt · hij geeft · hij drinkt; your child writes the past tense and says the verb rule.Ask: which sound changes in the verb?3: hij sprong · hij gaf · hij dronk (Persoonsvorm in de verleden tijd van een sterk werkwoord. Ik denk aan de categoriekaart.)
How did it go?
Tip from the teacher
- ‘Giet!’ does end in a t: it is already part of the ‘I’ form (ik giet). No t is added. Let your child say the ‘I’ form out loud first.
- Check the work carefully together: careful checking is worth just as much as a good dictation.
Was deze kaart nuttig?Was this card useful?
Dank je! Je antwoord is anoniem; alleen het aantal gaat naar de juf.Thank you! Your answer is anonymous; only the count goes to the teacher.
Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.