Coachkaart voor thuis ยท De Bloesem

Herhaling grammatica

Groep 6Spelling ยท Blok 7, week 4 ยท les 310 min, zonder scherm

Lesdoel: "Ik kan de grammaticaonderdelen waar ik nog moeite mee heb goed toepassen."

Zo coacht u: een grammaticaonderdeel verwoorden

Vandaag haalde uw kind de grammatica weer op. Eerst het telwoord (Het telwoord geeft een hoeveelheid aan.) en het rangtelwoord (Het rangtelwoord geeft de volgorde in een rij aan.). Daarna bepaalde de juf welk onderdeel nog niet vanzelf gaat, zoals het voegwoord, de persoonsvorm of het werkwoordelijk gezegde.

  • Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
  • Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
  • Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
  1. Kies een onderdeel dat nog lastig is: bijvoorbeeld telwoord, rangtelwoord, voegwoord, stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, persoonsvorm of werkwoordelijk gezegde.
    VraagWelk onderdeel gaat nog niet vanzelf?
  2. Zeg de uitleg uit het staalboek in de woorden van de juf. Telwoord: โ€˜โ€ฆ geeft een hoeveelheid aan, dus het is een telwoord.โ€™
    VraagWat is de uitleg? Hoe herken je het?
  3. Onderstreep het woord of het zinsdeel in de zin en schrijf de afkorting eronder: tw, rtw, vw, sbnw, pv, wwg of ond.
    VraagWelke afkorting schrijf je eronder?

Samen oefenen aan tafel

  1. Lees voor; uw kind onderstreept het telwoord en het rangtelwoord en schrijft tw en rtw eronder: โ€˜Ons team eindigde als zevende en scoorde drie doelpunten.โ€™Vraag: welk woord noemt de volgorde? Welk woord de hoeveelheid?
  2. Lees voor: โ€˜Wij blijven binnen want het regent hard.โ€™ Uw kind schrijft de zin op met de komma en zoekt het voegwoord.Vraag: welk woord maakt de twee delen van de zin aan elkaar vast?
  3. Lees voor: โ€˜Mijn buurvrouw heeft een mand appels geplukt.โ€™ Uw kind zoekt de persoonsvorm (pv), het werkwoordelijk gezegde (wwg) en het onderwerp (ond).Zet de zin in de verleden tijd: welk woord verandert?
  4. Kies samen een onderdeel dat nog lastig is. Uw kind legt het uit zoals de juf en bedenkt een zin waarin het voorkomt.Vraag: hoe weet je dat het klopt?

Hoe ging het?

Tip van de juf

  • Het voegwoord maakt twee zinnen aan elkaar vast. Je schrijft een komma voor een voegwoord (behalve bij en en of).
  • Laat uw kind de verwoording hardop zeggen, in de woorden van de juf.
Antwoorden voor de ouder: 1: zevende (rtw) ยท drie (tw) ยท 2: Wij blijven binnen, want het regent hard. Voegwoord: want ยท 3: persoonsvorm heeft (tijdproef: Mijn buurvrouw had โ€ฆ); werkwoordelijk gezegde heeft geplukt; onderwerp mijn buurvrouw ยท 4: eigen zin
Home coaching card ยท De Bloesem

Grammar revision

Year group 6Spelling ยท Block 7, week 4 ยท lesson 310 min, no screens

Learning goal: "I can correctly use the grammar topics I still find difficult."

How you coach: putting a grammar topic into words

Today your child went over the grammar again. First the telwoord (number word) and the rangtelwoord (ordinal): โ€˜Het telwoord geeft een hoeveelheid aan.โ€™ (The number word gives an amount.) โ€˜Het rangtelwoord geeft de volgorde in een rij aan.โ€™ (The ordinal number word gives the order in a row.) Then the teacher chose a topic that is not automatic yet, such as the voegwoord (conjunction), the persoonsvorm (finite verb) or the werkwoordelijk gezegde (all the verbs in the sentence).

  • Let your child explain. You listen and ask more.
  • Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
  • Praise the method, not just the answer.
  1. Choose a topic that is still difficult: for example telwoord, rangtelwoord, voegwoord, stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (adjective for a material), persoonsvorm or werkwoordelijk gezegde.
    AskWhich topic is not automatic yet?
  2. Say the explanation from the staalboek (Staal book) in the teacherโ€™s words. Number word: โ€˜โ€ฆ geeft een hoeveelheid aan, dus het is een telwoord.โ€™ (โ€ฆ gives an amount, so it is a number word.)
    AskWhat is the explanation? How do you recognise it?
  3. Underline the word or the part of the sentence and write the abbreviation under it: tw, rtw, vw, sbnw, pv, wwg or ond.
    AskWhich abbreviation do you write under it?

Words in bold are the Dutch words your child uses in class.

Practise together at the table

  1. Read aloud; your child underlines the number word and the ordinal and writes tw and rtw under them: โ€˜Ons team eindigde als zevende en scoorde drie doelpunten.โ€™Ask: which word gives the order? Which word gives the amount?
  2. Read aloud: โ€˜Wij blijven binnen want het regent hard.โ€™ Your child writes the sentence with the comma and finds the conjunction.Ask: which word joins the two parts of the sentence together?
  3. Read aloud: โ€˜Mijn buurvrouw heeft een mand appels geplukt.โ€™ Your child finds the persoonsvorm (pv), the werkwoordelijk gezegde (wwg) and the onderwerp (ond, subject).Say the sentence in the past tense: which word changes?
  4. Choose a topic that is still difficult together. Your child explains it the way the teacher does and makes up a sentence that contains it.Ask: how do you know it is right?

How did it go?

Tip from the teacher

  • โ€˜Je schrijft een komma voor een voegwoord (behalve bij en en of).โ€™ (You write a comma before a conjunction, except before en and of: and, or.)
  • Let your child say the explanation aloud, in the teacherโ€™s words.
Answers for the parent: 1: zevende (rtw) ยท drie (tw) ยท 2: Wij blijven binnen, want het regent hard. Voegwoord: want ยท 3: persoonsvorm heeft (tijdproef: Mijn buurvrouw had โ€ฆ); werkwoordelijk gezegde heeft geplukt; onderwerp mijn buurvrouw ยท 4: own sentence

Was deze kaart nuttig?Was this card useful?

Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.

Deze kaart in een andere taal of laten voorlezen? Scan de code. This card in another language or read aloud? Scan the code.
De Bloesem ยท groep 6 ยท gemaakt bij de les van de juf De Bloesem ยท group 6 ยท made with the teacher's lesson