Grammatica: telwoord en rangtelwoord oefenen
Lesdoel: "Ik kan het telwoord en het rangtelwoord herkennen."
Zo coacht u: telwoord of rangtelwoord?
Uw kind oefende vandaag opnieuw met het telwoord en het rangtelwoord. Het telwoord geeft een hoeveelheid aan. Het rangtelwoord geeft de volgorde in een rij aan. Het onderstreept het woord in de zin en schrijft tw of rtw eronder.
- Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
- Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
- Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
- Lees de zin hardop. Zoek het woord dat een hoeveelheid of een volgorde aangeeft.VraagWelk woord geeft een hoeveelheid of een volgorde aan?
- Verwoord het zoals de juf. Telwoord: โโฆ is een telwoord. Het geeft een hoeveelheid aan.โ Rangtelwoord: โโฆ is een rangtelwoord. Het geeft de volgorde in een rij aan.โVraagIs het een telwoord of een rangtelwoord? Hoe weet je dat?
- Onderstreep het woord en schrijf de afkorting eronder: tw of rtw.VraagWelke afkorting schrijf je eronder?
Samen oefenen aan tafel
- Lees voor; uw kind onderstreept het woord en schrijft tw of rtw eronder: โIn de gang hangen achttien jassen.โ ยท โDe negende deelnemer krijgt een medaille.โVraag: hoeveel? Of de hoeveelste?1: achttien (tw) ยท negende (rtw); โeenโ is hier een lidwoord (lw)
- Lees voor: โVoor de vijfde keer zie ik zeventien vogels.โ Uw kind zoekt het telwoord en het rangtelwoord en zegt bij allebei de verwoording.Vraag: welk woord noemt de volgorde? Welk woord noemt de hoeveelheid?2: vijfde (rtw) ยท zeventien (tw)
- Uw kind schrijft het rangtelwoord op: achttien โ de โฆ ยท negen โ de โฆVraag: de hoeveelste is het?3: de achttiende ยท de negende
- Uit het dagelijks leven: bedenk een zin over een feestje met een telwoord en een rangtelwoord. Schrijf hem op en onderstreep allebei.Vraag: hoeveel? Of de hoeveelste?4: eigen zin
Hoe ging het?
Tip van de juf
- Een telwoord noemt een hoeveelheid, een rangtelwoord de volgorde in een rij. Gebruik thuis steeds die woorden van de juf.
- Laat uw kind de verwoording hardop zeggen: dat helpt meer dan alleen het goede woord aanwijzen.
Grammar: practising number word and ordinal
Learning goal: "I can recognise the number word and the ordinal number word."
How you coach: number word or ordinal?
Today your child practised the telwoord (number word, such as three) and the rangtelwoord (ordinal, such as third) again. โHet telwoord geeft een hoeveelheid aan.โ (The number word gives an amount.) โHet rangtelwoord geeft de volgorde in een rij aan.โ (The ordinal number word gives the order in a row.) Your child underlines the word in the sentence and writes tw or rtw under it.
- Let your child explain. You listen and ask more.
- Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
- Praise the method, not just the answer.
- Read the sentence aloud. Find the word that gives an amount or an order.AskWhich word gives an amount or an order?
- Say it the way the teacher does. Number word: โโฆ is een telwoord. Het geeft een hoeveelheid aan.โ (โฆ is a number word. It gives an amount.) Ordinal: โโฆ is een rangtelwoord. Het geeft de volgorde in een rij aan.โ (โฆ is an ordinal. It gives the order in a row.)AskIs it a number word or an ordinal? How do you know?
- Underline the word and write the abbreviation under it: tw or rtw.AskWhich abbreviation do you write under it?
Words in bold are the Dutch words your child uses in class.
Practise together at the table
- Read aloud; your child underlines the word and writes tw or rtw under it: โIn de gang hangen achttien jassen.โ ยท โDe negende deelnemer krijgt een medaille.โAsk: how many? Or which one in the row?1: achttien (tw) ยท negende (rtw); โeenโ is an article (lw) here
- Read aloud: โVoor de vijfde keer zie ik zeventien vogels.โ Your child finds the number word and the ordinal and says the sentence from school for both.Ask: which word gives the order? Which word gives the amount?2: vijfde (rtw) ยท zeventien (tw)
- Your child writes the ordinal: achttien โ de โฆ ยท negen โ de โฆAsk: which one in the row is it?3: de achttiende ยท de negende
- From daily life: make up a sentence about a party with a number word and an ordinal. Write it down and underline both.Ask: how many? Or which one in the row?4: own sentence
How did it go?
Tip from the teacher
- A number word gives an amount, an ordinal gives the order in a row. Keep using the teacherโs words at home.
- Let your child say the explanation aloud: that helps more than just pointing at the right word.
Was deze kaart nuttig?Was this card useful?
Dank je! Je antwoord is anoniem; alleen het aantal gaat naar de juf.Thank you! Your answer is anonymous; only the count goes to the teacher.
Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.