Coachkaart voor thuis ยท De Bloesem

Grammatica: telwoord en rangtelwoord oefenen

Groep 6Spelling ยท Blok 7, week 3 ยท les 310 min, zonder scherm

Lesdoel: "Ik kan het telwoord en het rangtelwoord herkennen."

Zo coacht u: telwoord of rangtelwoord?

Uw kind oefende vandaag opnieuw met het telwoord en het rangtelwoord. Het telwoord geeft een hoeveelheid aan. Het rangtelwoord geeft de volgorde in een rij aan. Het onderstreept het woord in de zin en schrijft tw of rtw eronder.

  • Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
  • Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
  • Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
  1. Lees de zin hardop. Zoek het woord dat een hoeveelheid of een volgorde aangeeft.
    VraagWelk woord geeft een hoeveelheid of een volgorde aan?
  2. Verwoord het zoals de juf. Telwoord: โ€˜โ€ฆ is een telwoord. Het geeft een hoeveelheid aan.โ€™ Rangtelwoord: โ€˜โ€ฆ is een rangtelwoord. Het geeft de volgorde in een rij aan.โ€™
    VraagIs het een telwoord of een rangtelwoord? Hoe weet je dat?
  3. Onderstreep het woord en schrijf de afkorting eronder: tw of rtw.
    VraagWelke afkorting schrijf je eronder?

Samen oefenen aan tafel

  1. Lees voor; uw kind onderstreept het woord en schrijft tw of rtw eronder: โ€˜In de gang hangen achttien jassen.โ€™ ยท โ€˜De negende deelnemer krijgt een medaille.โ€™Vraag: hoeveel? Of de hoeveelste?
  2. Lees voor: โ€˜Voor de vijfde keer zie ik zeventien vogels.โ€™ Uw kind zoekt het telwoord en het rangtelwoord en zegt bij allebei de verwoording.Vraag: welk woord noemt de volgorde? Welk woord noemt de hoeveelheid?
  3. Uw kind schrijft het rangtelwoord op: achttien โ†’ de โ€ฆ ยท negen โ†’ de โ€ฆVraag: de hoeveelste is het?
  4. Uit het dagelijks leven: bedenk een zin over een feestje met een telwoord en een rangtelwoord. Schrijf hem op en onderstreep allebei.Vraag: hoeveel? Of de hoeveelste?

Hoe ging het?

Tip van de juf

  • Een telwoord noemt een hoeveelheid, een rangtelwoord de volgorde in een rij. Gebruik thuis steeds die woorden van de juf.
  • Laat uw kind de verwoording hardop zeggen: dat helpt meer dan alleen het goede woord aanwijzen.
Antwoorden voor de ouder: 1: achttien (tw) ยท negende (rtw); โ€˜eenโ€™ is hier een lidwoord (lw) ยท 2: vijfde (rtw) ยท zeventien (tw) ยท 3: de achttiende ยท de negende ยท 4: eigen zin
Home coaching card ยท De Bloesem

Grammar: practising number word and ordinal

Year group 6Spelling ยท Block 7, week 3 ยท lesson 310 min, no screens

Learning goal: "I can recognise the number word and the ordinal number word."

How you coach: number word or ordinal?

Today your child practised the telwoord (number word, such as three) and the rangtelwoord (ordinal, such as third) again. โ€˜Het telwoord geeft een hoeveelheid aan.โ€™ (The number word gives an amount.) โ€˜Het rangtelwoord geeft de volgorde in een rij aan.โ€™ (The ordinal number word gives the order in a row.) Your child underlines the word in the sentence and writes tw or rtw under it.

  • Let your child explain. You listen and ask more.
  • Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
  • Praise the method, not just the answer.
  1. Read the sentence aloud. Find the word that gives an amount or an order.
    AskWhich word gives an amount or an order?
  2. Say it the way the teacher does. Number word: โ€˜โ€ฆ is een telwoord. Het geeft een hoeveelheid aan.โ€™ (โ€ฆ is a number word. It gives an amount.) Ordinal: โ€˜โ€ฆ is een rangtelwoord. Het geeft de volgorde in een rij aan.โ€™ (โ€ฆ is an ordinal. It gives the order in a row.)
    AskIs it a number word or an ordinal? How do you know?
  3. Underline the word and write the abbreviation under it: tw or rtw.
    AskWhich abbreviation do you write under it?

Words in bold are the Dutch words your child uses in class.

Practise together at the table

  1. Read aloud; your child underlines the word and writes tw or rtw under it: โ€˜In de gang hangen achttien jassen.โ€™ ยท โ€˜De negende deelnemer krijgt een medaille.โ€™Ask: how many? Or which one in the row?
  2. Read aloud: โ€˜Voor de vijfde keer zie ik zeventien vogels.โ€™ Your child finds the number word and the ordinal and says the sentence from school for both.Ask: which word gives the order? Which word gives the amount?
  3. Your child writes the ordinal: achttien โ†’ de โ€ฆ ยท negen โ†’ de โ€ฆAsk: which one in the row is it?
  4. From daily life: make up a sentence about a party with a number word and an ordinal. Write it down and underline both.Ask: how many? Or which one in the row?

How did it go?

Tip from the teacher

  • A number word gives an amount, an ordinal gives the order in a row. Keep using the teacherโ€™s words at home.
  • Let your child say the explanation aloud: that helps more than just pointing at the right word.
Answers for the parent: 1: achttien (tw) ยท negende (rtw); โ€˜eenโ€™ is an article (lw) here ยท 2: vijfde (rtw) ยท zeventien (tw) ยท 3: de achttiende ยท de negende ยท 4: own sentence

Was deze kaart nuttig?Was this card useful?

Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.

Deze kaart in een andere taal of laten voorlezen? Scan de code. This card in another language or read aloud? Scan the code.
De Bloesem ยท groep 6 ยท gemaakt bij de les van de juf De Bloesem ยท group 6 ยท made with the teacher's lesson