Coachkaart voor thuis ยท De Bloesem

Grammatica: het telwoord

Groep 6Spelling ยท Blok 7, week 1 ยท les 310 min, zonder scherm

Lesdoel: "Ik kan het telwoord herkennen."

Zo coacht u: het telwoord herkennen en verwoorden

Vandaag was het een grammaticales: uw kind leerde een nieuwe woordsoort, het telwoord. Het telwoord geeft een hoeveelheid aan. In een zin onderstreept uw kind het telwoord en schrijft het de afkorting tw eronder.

  • Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
  • Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
  • Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
  1. Lees de zin hardop.
    VraagWelk woord zegt hoeveel het er zijn?
  2. Verwoord het zoals de juf: โ€˜โ€ฆ geeft een hoeveelheid aan, dus het is een telwoord.โ€™
    VraagWat geeft het woord aan? Wat is het dus?
  3. Onderstreep het telwoord in de zin en schrijf de afkorting tw eronder.
    VraagWelke afkorting schrijf je eronder?

Samen oefenen aan tafel

  1. Lees voor; uw kind onderstreept het telwoord en schrijft tw eronder: โ€˜Negentien eenden zwemmen in de sloot.โ€™ ยท โ€˜De bus heeft vijftien zitplaatsen.โ€™Vraag: welk woord geeft een hoeveelheid aan?
  2. Lees voor: โ€˜Op het plein spelen dertien meisjes met negen ballen.โ€™ Uw kind zoekt de twee telwoorden en zegt bij elk de verwoording.Vraag: hoeveel meisjes? En hoeveel ballen?
  3. Lees voor: โ€˜Mijn broertje heeft hamsters gekregen.โ€™ Uw kind zoekt de persoonsvorm (pv), het werkwoordelijk gezegde (wwg) en het onderwerp (ond).Zet de zin in de verleden tijd: welk woord verandert? Vraag voor het onderwerp: wie of wat + de persoonsvorm?
  4. Uit het dagelijks leven: zoek in een folder of op een boodschappenlijstje telwoorden en leg bij รฉรฉn uit waarom het een telwoord is.Vraag: wat geeft dit woord aan?

Hoe ging het?

Tip van de juf

  • Op school gaat het om telwoorden die een precies aantal noemen, zoals twee, tien en tachtig.
  • Laat uw kind de verwoording altijd hardop zeggen, in de woorden van de juf. Dat helpt meer dan het goede woord alleen aanwijzen.
Antwoorden voor de ouder: 1: Negentien (tw) ยท vijftien (tw) ยท 2: dertien en negen ยท 3: persoonsvorm heeft (tijdproef: Mijn broertje had hamsters gekregen); werkwoordelijk gezegde heeft gekregen; onderwerp mijn broertje ยท 4: eigen woorden
Home coaching card ยท De Bloesem

Grammar: the number word

Year group 6Spelling ยท Block 7, week 1 ยท lesson 310 min, no screens

Learning goal: "I can recognise the number word."

How you coach: recognising the number word and putting it into words

Today was a grammar lesson: your child learned a new word class, the telwoord (number word, such as three). โ€˜Het telwoord geeft een hoeveelheid aan.โ€™ (The number word gives an amount.) In a sentence your child underlines the number word and writes the abbreviation tw under it.

  • Let your child explain. You listen and ask more.
  • Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
  • Praise the method, not just the answer.
  1. Read the sentence aloud.
    AskWhich word tells you how many there are?
  2. Say it the way the teacher does: โ€˜โ€ฆ geeft een hoeveelheid aan, dus het is een telwoord.โ€™ (โ€ฆ gives an amount, so it is a number word.)
    AskWhat does the word give? So what is it?
  3. Underline the number word in the sentence and write the abbreviation tw under it.
    AskWhich abbreviation do you write under it?

Words in bold are the Dutch words your child uses in class.

Practise together at the table

  1. Read aloud; your child underlines the number word and writes tw under it: โ€˜Negentien eenden zwemmen in de sloot.โ€™ ยท โ€˜De bus heeft vijftien zitplaatsen.โ€™Ask: which word gives an amount?
  2. Read aloud: โ€˜Op het plein spelen dertien meisjes met negen ballen.โ€™ Your child finds the two number words and says the sentence from school for each one.Ask: how many girls? And how many balls?
  3. Read aloud: โ€˜Mijn broertje heeft hamsters gekregen.โ€™ Your child finds the persoonsvorm (pv, finite verb), the werkwoordelijk gezegde (wwg, all the verbs) and the onderwerp (ond, subject).Say the sentence in the past tense: which word changes? Ask for the subject: who or what + the finite verb?
  4. From daily life: find number words in a leaflet or on a shopping list, and explain for one of them why it is a number word.Ask: what does this word give?

How did it go?

Tip from the teacher

  • At school it is about number words that give an exact number, such as twee, tien and tachtig (two, ten, eighty).
  • Always let your child say the explanation aloud, in the teacherโ€™s words.
Answers for the parent: 1: Negentien (tw) ยท vijftien (tw) ยท 2: dertien and negen ยท 3: persoonsvorm heeft (tijdproef: Mijn broertje had hamsters gekregen); werkwoordelijk gezegde heeft gekregen; onderwerp mijn broertje ยท 4: own words

Was deze kaart nuttig?Was this card useful?

Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.

Deze kaart in een andere taal of laten voorlezen? Scan de code. This card in another language or read aloud? Scan the code.
De Bloesem ยท groep 6 ยท gemaakt bij de les van de juf De Bloesem ยท group 6 ยท made with the teacher's lesson