Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord herhalen
Lesdoel: "Ik kan het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord herkennen in een zin."
Zo coacht u: grammatica en leestekens bij een gesprek
Uw kind herhaalde vandaag het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (sbnw). Het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord zegt van welk materiaal het zelfstandig naamwoord is gemaakt. Ook zocht uw kind de persoonsvorm, het werkwoordelijk gezegde en het onderwerp, en schreef het de leestekens bij een gesprek: een dubbele punt en aanhalingstekens.
- Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
- Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
- Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
- Zoek het bijvoeglijk naamwoord en vraag: van welk materiaal is het gemaakt? Zeg: โHet โฆ is van โฆ gemaakt. Het bijvoeglijk naamwoord โฆ is dus een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.โVraagVan welk materiaal is het gemaakt?
- Persoonsvorm (pv): zeg de zin als vraag of in een andere tijd. Welk woord komt vooraan of verandert?VraagWelk woord is de persoonsvorm? Hoe weet je dat?
- Werkwoordelijk gezegde (wwg): de persoonsvorm en alle andere werkwoorden. Onderwerp (ond): vraag wie of wat + de persoonsvorm.VraagWelke werkwoorden staan er? Wie of wat โฆ (zeg de persoonsvorm)?
- Gesprek: zet een dubbele punt na zegt of vraagt, de woorden van de spreker tussen aanhalingstekens, een hoofdletter erin en het leesteken aan het eind.VraagWelke leestekens en hoofdletters komen erin?
Samen oefenen aan tafel
- Lees voor; uw kind zoekt het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord: โZij draagt rubberen laarzen.โ ยท โOp mijn bed ligt een donzen kussen.โ ยท โHet kasteel heeft stenen muren.โVraag: van welk materiaal is het gemaakt?1: rubberen (van rubber) ยท donzen (van dons) ยท stenen (van steen)
- Lees voor; uw kind schrijft op met dubbele punt, aanhalingstekens en hoofdletters: Papa vraagt heb je honger ยท Mijn zus zegt ik heb dorstVraag: waar komt de dubbele punt? Wat staat er binnen de aanhalingstekens?2: Papa vraagt: โHeb je honger?โ ยท Mijn zus zegt: โIk heb dorst.โ
- Lees voor: โMijn tante heeft een mand gekocht.โ Uw kind zoekt de persoonsvorm, het werkwoordelijk gezegde en het onderwerp.Vraag: welke werkwoorden staan erin? Zeg de zin als vraag.3: persoonsvorm heeft; werkwoordelijk gezegde heeft gekocht; onderwerp mijn tante
- Uit het dagelijks leven: zoek in een boek of stripverhaal een zin met een gesprek. Welke leestekens en hoofdletters zie je?Vraag: wat staat er voor en na de aanhalingstekens?4: eigen antwoord
Hoe ging het?
Tip van de juf
- Veelgemaakte fout: de dubbele punt vergeten, of het leesteken (punt of vraagteken) buiten de aanhalingstekens zetten.
- Wat de spreker zegt, begint met een hoofdletter, ook midden in de zin: Bob zegt: โDat wordt dan โฌ 8,50.โ
Revising the material adjective
Learning goal: "I can recognise the material adjective in a sentence."
How you coach: grammar and punctuation in a conversation
Today your child revised the material adjective. The stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (sbnw, material adjective) says what material the zelfstandig naamwoord (noun) is made of. Your child also found the finite verb, the werkwoordelijk gezegde (all the verbs) and the subject, and wrote the punctuation for a conversation: a colon and quotation marks.
- Let your child explain. You listen and ask more.
- Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
- Praise the method, not just the answer.
- Find the adjective and ask: what is it made of? Say: โHet โฆ is van โฆ gemaakt. Het bijvoeglijk naamwoord โฆ is dus een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.โ (The โฆ is made of โฆ; so the adjective โฆ is a material adjective.)AskWhat material is it made of?
- Persoonsvorm (pv, finite verb): say the sentence as a question or in another tense. Which word comes first or changes?AskWhich word is the finite verb? How do you know?
- Werkwoordelijk gezegde (wwg): the finite verb plus all the other verbs. Onderwerp (ond, subject): ask who or what + the finite verb.AskWhich verbs are there? Who or what โฆ (say the finite verb)?
- Conversation: put a colon after zegt or vraagt (says or asks), the speakerโs words between quotation marks, a capital letter inside and the punctuation mark at the end.AskWhich punctuation marks and capital letters go in?
Words in bold are the Dutch words your child uses in class.
Practise together at the table
- Read aloud; your child finds the material adjective: โZij draagt rubberen laarzen.โ ยท โOp mijn bed ligt een donzen kussen.โ ยท โHet kasteel heeft stenen muren.โAsk: what material is it made of?1: rubberen (van rubber) ยท donzen (van dons) ยท stenen (van steen)
- Read aloud; your child writes it down with a colon, quotation marks and capital letters: Papa vraagt heb je honger ยท Mijn zus zegt ik heb dorstAsk: where does the colon go? What goes between the quotation marks?2: Papa vraagt: โHeb je honger?โ ยท Mijn zus zegt: โIk heb dorst.โ
- Read aloud: โMijn tante heeft een mand gekocht.โ Your child finds the finite verb, the werkwoordelijk gezegde and the subject.Ask: which verbs are in it? Say the sentence as a question.3: persoonsvorm heeft; werkwoordelijk gezegde heeft gekocht; onderwerp mijn tante
- From daily life: in a Dutch book or comic, find a sentence with a conversation. Which punctuation marks and capital letters do you see?Ask: what comes before and after the quotation marks?4: own answer
How did it go?
Tip from the teacher
- Common mistake: forgetting the colon, or putting the punctuation mark (full stop or question mark) outside the quotation marks.
- What the speaker says starts with a capital letter, even in the middle of the sentence: Bob zegt: โDat wordt dan โฌ 8,50.โ
Was deze kaart nuttig?Was this card useful?
Dank je! Je antwoord is anoniem; alleen het aantal gaat naar de juf.Thank you! Your answer is anonymous; only the count goes to the teacher.
Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.