Coachkaart voor thuis ยท De Bloesem

Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord: met -en

Groep 6Spelling ยท Blok 5, week 3 ยท les 110 min, zonder scherm

Lesdoel: "Ik kan het klankgroepenwoord met een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord goed schrijven."

Zo coacht u: het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord schrijven

Uw kind leerde de woordsoort al herkennen; vandaag leerde het hoe je het schrijft. De regel: Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en. Bijvoorbeeld: papieren, katoenen. De juf verwoordt het woord als klankgroepenwoord en wacht voor -en om de regel te zeggen.

  • Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
  • Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
  • Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
  1. Zegt het woord van welk materiaal iets is gemaakt (zoals bij de gouden ketting)? Dan is het een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.
    VraagVan welk materiaal is het gemaakt?
  2. Verwoord het woord als klankgroepenwoord, met klanknamen: de klankgroep en de laatste klank (lange klank, korte klank, tweetekenklank of medeklinker).
    VraagWat is de klankgroep? Wat is de laatste klank?
  3. Wacht voor -en en zeg de regel: Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en. Schrijf dan verder.
    VraagWat zeg je net voordat je -en schrijft?
  4. Kijk na: staat er -en aan het eind?
    VraagStaat er -en aan het eind? Welke regel hoort erbij?

Samen oefenen aan tafel

  1. Lees elk woord รฉรฉn keer voor; uw kind zegt het na en schrijft het op: de leren riem ยท de zijden stropdas ยท de fluwelen jas.Vraag: welke categorie is dit? Wat zeg je voor -en?
  2. Lees voor: โ€˜Wij zetten de bloemen in een stenen pot.โ€™ Uw kind schrijft de zin op en onderstreept het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.Vraag: van welk materiaal is de pot?
  3. Werkwoorden: u zegt het hele werkwoord (verbinden ยท verbieden ยท strijden); uw kind schrijft hij โ€ฆ in de tegenwoordige tijd en hij โ€ฆ in de verleden tijd.Vraag: welke regel hoort bij de tegenwoordige tijd?
  4. Uit het dagelijks leven: uw kind zoekt in huis drie dingen met een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (bijvoorbeeld een โ€ฆ tas), schrijft ze op en zegt de regel.Vraag: van welk materiaal is het gemaakt?

Hoe ging het?

Tip van de juf

  • De regel zegt: met -en. Laat uw kind de -en dus altijd zeggen en schrijven, ook als u de n bijna niet hoort.
  • Eindigt het woord op -eren (twee keer e), dan zegt de juf er apart bij: โ€˜Woord met /urun/. Ik schrijf twee keer e.โ€™
Antwoorden voor de ouder: 1: leren (lee: een stukje van de ee weg) ยท zijden (lange ij) ยท fluwelen (fluu, wee: een stukje weg) ยท alle drie: Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en. ยท 2: stenen (van steen) ยท 3: hij verbindt โ€“ verbond ยท hij verbiedt โ€“ verbood ยท hij strijdt โ€“ streed ยท 4: eigen antwoord, bijvoorbeeld een leren tas (Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en.)
Home coaching card ยท De Bloesem

Material adjective: with -en

Year group 6Spelling ยท Block 5, week 3 ยท lesson 110 min, no screens

Learning goal: "I can correctly write the sound-group word with a material adjective."

How you coach: spelling the material adjective

Your child already learned to recognise the stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (material adjective); today they learned how to spell it. The rule: Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en. (Material adjective, so with -en.) For example: papieren, katoenen. The teacher puts the word into words as a klankgroepenwoord (sound-group word) and stops before -en to say the rule.

  • Let your child explain. You listen and ask more.
  • Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
  • Praise the method, not just the answer.
  1. Does the word say what something is made of (as in de gouden ketting)? Then it is a material adjective.
    AskWhat material is it made of?
  2. Put the word into words as a sound-group word, using letter sounds: the sound group and the last sound (long sound, short sound, two-letter sound or consonant).
    AskWhat is the sound group? What is the last sound?
  3. Stop before -en and say the rule: Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en. Then carry on writing.
    AskWhat do you say just before you write -en?
  4. Check: is there -en at the end?
    AskIs there -en at the end? Which rule goes with it?

Words in bold are the Dutch words your child uses in class.

Practise together at the table

  1. Read each word aloud once; your child says it back and writes it down: de leren riem ยท de zijden stropdas ยท de fluwelen jas.Ask: which category is this? What do you say before -en?
  2. Read aloud: โ€˜Wij zetten de bloemen in een stenen pot.โ€™ Your child writes the sentence and underlines the material adjective.Ask: what is the pot made of?
  3. Verbs: you say the whole verb (verbinden ยท verbieden ยท strijden); your child writes hij โ€ฆ in the present tense and hij โ€ฆ in the past tense.Ask: which rule goes with the present tense?
  4. From daily life: your child finds three things at home with a material adjective (for example een โ€ฆ tas), writes them down and says the rule.Ask: what material is it made of?

How did it go?

Tip from the teacher

  • The rule says: with -en. So let your child always say and write the -en, even if you can hardly hear the n.
  • If the word ends in -eren (two eโ€™s), the teacher adds: โ€˜Woord met /urun/. Ik schrijf twee keer e.โ€™ (Word with /urun/. I write e twice.)
Answers for the parent: 1: leren (lee: take away a bit of the ee) ยท zijden (long ij) ยท fluwelen (fluu, wee: take away a bit) ยท all three: Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en. ยท 2: stenen (van steen) ยท 3: hij verbindt โ€“ verbond ยท hij verbiedt โ€“ verbood ยท hij strijdt โ€“ streed ยท 4: own answer, for example een leren tas (Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en.)

Was deze kaart nuttig?Was this card useful?

Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.

Deze kaart in een andere taal of laten voorlezen? Scan de code. This card in another language or read aloud? Scan the code.
De Bloesem ยท groep 6 ยท gemaakt bij de les van de juf De Bloesem ยท group 6 ยท made with the teacher's lesson