Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord: met -en
Lesdoel: "Ik kan het klankgroepenwoord met een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord goed schrijven."
Zo coacht u: het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord schrijven
Uw kind leerde de woordsoort al herkennen; vandaag leerde het hoe je het schrijft. De regel: Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en. Bijvoorbeeld: papieren, katoenen. De juf verwoordt het woord als klankgroepenwoord en wacht voor -en om de regel te zeggen.
- Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
- Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
- Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
- Zegt het woord van welk materiaal iets is gemaakt (zoals bij de gouden ketting)? Dan is het een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.VraagVan welk materiaal is het gemaakt?
- Verwoord het woord als klankgroepenwoord, met klanknamen: de klankgroep en de laatste klank (lange klank, korte klank, tweetekenklank of medeklinker).VraagWat is de klankgroep? Wat is de laatste klank?
- Wacht voor -en en zeg de regel: Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en. Schrijf dan verder.VraagWat zeg je net voordat je -en schrijft?
- Kijk na: staat er -en aan het eind?VraagStaat er -en aan het eind? Welke regel hoort erbij?
Samen oefenen aan tafel
- Lees elk woord รฉรฉn keer voor; uw kind zegt het na en schrijft het op: de leren riem ยท de zijden stropdas ยท de fluwelen jas.Vraag: welke categorie is dit? Wat zeg je voor -en?1: leren (lee: een stukje van de ee weg) ยท zijden (lange ij) ยท fluwelen (fluu, wee: een stukje weg) ยท alle drie: Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en.
- Lees voor: โWij zetten de bloemen in een stenen pot.โ Uw kind schrijft de zin op en onderstreept het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.Vraag: van welk materiaal is de pot?2: stenen (van steen)
- Werkwoorden: u zegt het hele werkwoord (verbinden ยท verbieden ยท strijden); uw kind schrijft hij โฆ in de tegenwoordige tijd en hij โฆ in de verleden tijd.Vraag: welke regel hoort bij de tegenwoordige tijd?3: hij verbindt โ verbond ยท hij verbiedt โ verbood ยท hij strijdt โ streed
- Uit het dagelijks leven: uw kind zoekt in huis drie dingen met een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (bijvoorbeeld een โฆ tas), schrijft ze op en zegt de regel.Vraag: van welk materiaal is het gemaakt?4: eigen antwoord, bijvoorbeeld een leren tas (Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en.)
Hoe ging het?
Tip van de juf
- De regel zegt: met -en. Laat uw kind de -en dus altijd zeggen en schrijven, ook als u de n bijna niet hoort.
- Eindigt het woord op -eren (twee keer e), dan zegt de juf er apart bij: โWoord met /urun/. Ik schrijf twee keer e.โ
Material adjective: with -en
Learning goal: "I can correctly write the sound-group word with a material adjective."
How you coach: spelling the material adjective
Your child already learned to recognise the stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (material adjective); today they learned how to spell it. The rule: Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en. (Material adjective, so with -en.) For example: papieren, katoenen. The teacher puts the word into words as a klankgroepenwoord (sound-group word) and stops before -en to say the rule.
- Let your child explain. You listen and ask more.
- Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
- Praise the method, not just the answer.
- Does the word say what something is made of (as in de gouden ketting)? Then it is a material adjective.AskWhat material is it made of?
- Put the word into words as a sound-group word, using letter sounds: the sound group and the last sound (long sound, short sound, two-letter sound or consonant).AskWhat is the sound group? What is the last sound?
- Stop before -en and say the rule: Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en. Then carry on writing.AskWhat do you say just before you write -en?
- Check: is there -en at the end?AskIs there -en at the end? Which rule goes with it?
Words in bold are the Dutch words your child uses in class.
Practise together at the table
- Read each word aloud once; your child says it back and writes it down: de leren riem ยท de zijden stropdas ยท de fluwelen jas.Ask: which category is this? What do you say before -en?1: leren (lee: take away a bit of the ee) ยท zijden (long ij) ยท fluwelen (fluu, wee: take away a bit) ยท all three: Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en.
- Read aloud: โWij zetten de bloemen in een stenen pot.โ Your child writes the sentence and underlines the material adjective.Ask: what is the pot made of?2: stenen (van steen)
- Verbs: you say the whole verb (verbinden ยท verbieden ยท strijden); your child writes hij โฆ in the present tense and hij โฆ in the past tense.Ask: which rule goes with the present tense?3: hij verbindt โ verbond ยท hij verbiedt โ verbood ยท hij strijdt โ streed
- From daily life: your child finds three things at home with a material adjective (for example een โฆ tas), writes them down and says the rule.Ask: what material is it made of?4: own answer, for example een leren tas (Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dus met -en.)
How did it go?
Tip from the teacher
- The rule says: with -en. So let your child always say and write the -en, even if you can hardly hear the n.
- If the word ends in -eren (two eโs), the teacher adds: โWoord met /urun/. Ik schrijf twee keer e.โ (Word with /urun/. I write e twice.)
Was deze kaart nuttig?Was this card useful?
Dank je! Je antwoord is anoniem; alleen het aantal gaat naar de juf.Thank you! Your answer is anonymous; only the count goes to the teacher.
Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.