Coachkaart voor thuis ยท De Bloesem

Het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

Groep 6Spelling ยท Blok 5, week 1 ยท les 310 min, zonder scherm

Lesdoel: "Ik kan het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord herkennen in een zin."

Zo coacht u: het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord herkennen

Uw kind leerde vandaag een nieuwe woordsoort: het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (sbnw), zoals in de gouden ketting en de wollen jas. Het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord zegt van welk materiaal het zelfstandig naamwoord is gemaakt. Op school verwoordt de juf: โ€˜Het huis is van beton gemaakt. Het bijvoeglijk naamwoord betonnen is dus een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.โ€™

  • Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
  • Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
  • Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
  1. Zoek in de zin het bijvoeglijk naamwoord: het woord dat iets zegt over het zelfstandig naamwoord.
    VraagWelk woord zegt iets over het zelfstandig naamwoord?
  2. Vraag je af van welk materiaal het zelfstandig naamwoord is gemaakt en zeg: โ€˜Het โ€ฆ is van โ€ฆ gemaakt.โ€™
    VraagVan welk materiaal is het gemaakt?
  3. Zeg: โ€˜Het bijvoeglijk naamwoord โ€ฆ is dus een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.โ€™ Onderstreep het woord en schrijf sbnw eronder.
    VraagKun je de zin van de juf zeggen met dit woord?
  4. Zegt het woord niet van welk materiaal iets is gemaakt (zoals een kleur of een land)? Dan is het geen stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.
    VraagZegt dit woord iets over het materiaal?

Samen oefenen aan tafel

  1. Lees voor; uw kind zoekt het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord: โ€˜Mijn oma draagt een leren tas.โ€™ ยท โ€˜De koperen pan hangt aan de muur.โ€™ ยท โ€˜Hij draagt een zijden stropdas.โ€™Vraag: van welk materiaal is het gemaakt?
  2. Ja of nee? Is het woord een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord? een bronzen beeld ยท een lelijk beeld ยท een Spaanse gitaarVraag: zegt het woord van welk materiaal het gemaakt is?
  3. Lees voor: โ€˜De bakker draagt een fluwelen schort.โ€™ Uw kind zoekt het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, de persoonsvorm en het onderwerp.Zeg de zin als vraag: welk woord komt vooraan? Vraag voor het onderwerp: wie of wat + de persoonsvorm?
  4. Uit het dagelijks leven: kijk rond in huis. Uw kind zoekt drie dingen met een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord en zegt bij elk: โ€˜Het โ€ฆ is van โ€ฆ gemaakt.โ€™Vraag: van welk materiaal is het gemaakt?

Hoe ging het?

Tip van de juf

  • Veelgemaakte fout: een kleur of een land (rode, Zwitserse) aanzien voor een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord. Dat zegt niet van welk materiaal iets is gemaakt.
  • Deze week leren de kinderen alleen herkennen. Hoe je het schrijft (met -en) leren ze in week 3.
Antwoorden voor de ouder: 1: leren (van leer) ยท koperen (van koper) ยท zijden (van zijde) ยท 2: bronzen: ja ยท lelijk: nee ยท Spaanse: nee ยท 3: fluwelen (van fluweel); persoonsvorm draagt; onderwerp de bakker ยท 4: eigen antwoord, bijvoorbeeld de leren bank (van leer gemaakt)
Home coaching card ยท De Bloesem

The material adjective

Year group 6Spelling ยท Block 5, week 1 ยท lesson 310 min, no screens

Learning goal: "I can recognise the material adjective in a sentence."

How you coach: recognising the material adjective

Today your child learned a new word class: the stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (sbnw, material adjective), as in de gouden ketting (the gold chain) and de wollen jas (the woollen coat). It says what material the noun is made of. At school the teacher puts it like this: โ€˜Het huis is van beton gemaakt. Het bijvoeglijk naamwoord betonnen is dus een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.โ€™ (The house is made of concrete. So the adjective betonnen is a material adjective.)

  • Let your child explain. You listen and ask more.
  • Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
  • Praise the method, not just the answer.
  1. Find the bijvoeglijk naamwoord (adjective) in the sentence: the word that says something about the noun.
    AskWhich word says something about the noun?
  2. Ask yourself what material the noun is made of and say: โ€˜Het โ€ฆ is van โ€ฆ gemaakt.โ€™ (The โ€ฆ is made of โ€ฆ)
    AskWhat material is it made of?
  3. Say: โ€˜Het bijvoeglijk naamwoord โ€ฆ is dus een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.โ€™ (So the adjective โ€ฆ is a material adjective.) Underline the word and write sbnw underneath.
    AskCan you say the teacherโ€™s sentence with this word?
  4. Does the word not say what something is made of (like a colour or a country)? Then it is not a material adjective.
    AskDoes this word say something about the material?

Words in bold are the Dutch words your child uses in class.

Practise together at the table

  1. Read aloud; your child finds the material adjective: โ€˜Mijn oma draagt een leren tas.โ€™ ยท โ€˜De koperen pan hangt aan de muur.โ€™ ยท โ€˜Hij draagt een zijden stropdas.โ€™Ask: what material is it made of?
  2. Yes or no? Is the word a material adjective? een bronzen beeld ยท een lelijk beeld ยท een Spaanse gitaarAsk: does the word say what it is made of?
  3. Read aloud: โ€˜De bakker draagt een fluwelen schort.โ€™ Your child finds the material adjective, the persoonsvorm (finite verb) and the onderwerp (subject).Say the sentence as a question: which word comes first? For the subject ask: who or what + the finite verb?
  4. From daily life: look around the house. Your child finds three things with a material adjective and says for each: โ€˜Het โ€ฆ is van โ€ฆ gemaakt.โ€™Ask: what material is it made of?

How did it go?

Tip from the teacher

  • Common mistake: taking a colour or a country (rode, Zwitserse) for a material adjective. These do not say what something is made of.
  • This week the children only learn to recognise it. How to spell it (with -en) they learn in week 3.
Answers for the parent: 1: leren (van leer) ยท koperen (van koper) ยท zijden (van zijde) ยท 2: bronzen: yes ยท lelijk: no ยท Spaanse: no ยท 3: fluwelen (van fluweel); persoonsvorm draagt; onderwerp de bakker ยท 4: own answer, for example de leren bank (van leer gemaakt)

Was deze kaart nuttig?Was this card useful?

Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.

Deze kaart in een andere taal of laten voorlezen? Scan de code. This card in another language or read aloud? Scan the code.
De Bloesem ยท groep 6 ยท gemaakt bij de les van de juf De Bloesem ยท group 6 ยท made with the teacher's lesson