Het caféwoord: een streepje op de e
Lesdoel: "Ik kan het caféwoord goed schrijven."
Zo coacht u: het caféwoord verwoorden zoals op school
Uw kind leerde vandaag een nieuwe categorie: het caféwoord. Dat zijn Franse leenwoorden zoals café en saté, met een lange /ee/ aan het eind. De regel: Caféwoord. Met een streepje op de e. Het streepje maakt de klank lang: het is /kaafee/ en geen /kaafu/.
- Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
- Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
- Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
- Hoor je aan het eind van het woord een lange /ee/, zoals in /kaafee/? Dan kan het een caféwoord zijn.VraagWelke klank hoor je aan het eind van het woord?
- Zeg de regel: Caféwoord. Met een streepje op de e.VraagWelke categorie is dit? Wat is de regel?
- Verwoord het woord van links naar rechts, met klanknamen (de klank, niet de naam van de letter). Wacht voor de é en zeg de regel; schrijf dan verder.VraagWat zeg je net voordat je de é schrijft?
- Schrijf het woord op. Een samenstelling? Zet een sterretje ervoor.VraagStaat het streepje op de e? Is het een samenstelling?
Samen oefenen aan tafel
- Lees elk woord één keer voor; uw kind zegt het na en schrijft het op: het buurtcafé · het eetcafé · het privéterrein.Vraag: welke categorie? Wat is de regel? Is het een samenstelling?1: *buurtcafé, *eetcafé en *privéterrein zijn samenstellingen (sterretje ervoor); bij het deel met é: Caféwoord. Met een streepje op de e.
- Lees voor: ‘Mijn tante bestelt een broodje in het buurtcafé.’ Uw kind schrijft de zin op en zoekt de persoonsvorm en het onderwerp.Zeg de zin als vraag: welk woord komt vooraan?2: persoonsvorm bestelt; onderwerp mijn tante
- Werkwoorden: u zegt het hele werkwoord (blazen · kruipen · rijden); uw kind schrijft hij … in de tegenwoordige tijd en hij … in de verleden tijd.Vraag: wat is de ik-vorm? Welke regel hoort erbij?3: hij blaast – blies · hij kruipt – kroop · hij rijdt – reed
- Uit het dagelijks leven: zoek op een menukaart of verpakking een woord met een streepje op de laatste e. Schrijf het op en zeg de regel.Vraag: hoor je aan het eind een lange ee?4: eigen voorbeeld
Hoe ging het?
Tip van de juf
- Eerst de regel zeggen en dan pas de é schrijven: zo doet de juf het ook (‘wacht voor de é’). Dat helpt uw kind het streepje niet te vergeten.
- Zeg klanken, geen letternamen (‘caa’): zo verwoorden de kinderen op school.
The café word: a little stroke on the e
Learning goal: "I can write the café word correctly."
How you coach: putting the café word into words, as at school
Today your child learned a new category: the caféwoord (café word). These are French loanwords such as café and saté, with a long /ee/ sound at the end. The rule: Caféwoord. Met een streepje op de e. (Café word. With a little stroke on the e.) The stroke makes the sound long: it is /kaafee/, not /kaafu/.
- Let your child explain. You listen and ask more.
- Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
- Praise the method, not just the answer.
- Do you hear a long /ee/ at the end of the word, as in /kaafee/? Then it may be a café word.AskWhich sound do you hear at the end of the word?
- Say the rule: Caféwoord. Met een streepje op de e.AskWhich category is this? What is the rule?
- Put the word into words from left to right, using letter sounds (the sound, not the name of the letter). Stop before the é and say the rule; then carry on writing.AskWhat do you say just before you write the é?
- Write the word down. A samenstelling (compound word)? Put a star in front of it.AskIs the stroke on the e? Is it a compound word?
Words in bold are the Dutch words your child uses in class.
Practise together at the table
- Read each word aloud once; your child says it back and writes it down: het buurtcafé · het eetcafé · het privéterrein.Ask: which category? What is the rule? Is it a compound word?1: *buurtcafé, *eetcafé and *privéterrein are compound words (star in front); for the part with é: Caféwoord. Met een streepje op de e.
- Read aloud: ‘Mijn tante bestelt een broodje in het buurtcafé.’ Your child writes the sentence and finds the persoonsvorm (finite verb) and the onderwerp (subject).Say the sentence as a question: which word comes first?2: persoonsvorm bestelt; onderwerp mijn tante
- Verbs: you say the whole verb (blazen · kruipen · rijden); your child writes hij … in the present tense and hij … in the past tense.Ask: what is the ik-vorm (the ‘I’ form)? Which rule goes with it?3: hij blaast – blies · hij kruipt – kroop · hij rijdt – reed
- From daily life: find a word with a stroke on the last e on a menu or packaging. Write it down and say the rule.Ask: do you hear a long ee at the end?4: own example
How did it go?
Tip from the teacher
- First say the rule, and only then write the é: the teacher does it the same way (‘stop before the é’). That helps your child not to forget the stroke.
- Say sounds, not letter names (‘caa’): that is how the children put words into words at school.
Was deze kaart nuttig?Was this card useful?
Dank je! Je antwoord is anoniem; alleen het aantal gaat naar de juf.Thank you! Your answer is anonymous; only the count goes to the teacher.
Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.