Coachkaart voor thuis · De Bloesem

Het caféwoord: een streepje op de e

Groep 6Spelling · Blok 5, week 1 · les 110 min, zonder scherm

Lesdoel: "Ik kan het caféwoord goed schrijven."

Zo coacht u: het caféwoord verwoorden zoals op school

Uw kind leerde vandaag een nieuwe categorie: het caféwoord. Dat zijn Franse leenwoorden zoals café en saté, met een lange /ee/ aan het eind. De regel: Caféwoord. Met een streepje op de e. Het streepje maakt de klank lang: het is /kaafee/ en geen /kaafu/.

  • Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
  • Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
  • Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
  1. Hoor je aan het eind van het woord een lange /ee/, zoals in /kaafee/? Dan kan het een caféwoord zijn.
    VraagWelke klank hoor je aan het eind van het woord?
  2. Zeg de regel: Caféwoord. Met een streepje op de e.
    VraagWelke categorie is dit? Wat is de regel?
  3. Verwoord het woord van links naar rechts, met klanknamen (de klank, niet de naam van de letter). Wacht voor de é en zeg de regel; schrijf dan verder.
    VraagWat zeg je net voordat je de é schrijft?
  4. Schrijf het woord op. Een samenstelling? Zet een sterretje ervoor.
    VraagStaat het streepje op de e? Is het een samenstelling?

Samen oefenen aan tafel

  1. Lees elk woord één keer voor; uw kind zegt het na en schrijft het op: het buurtcafé · het eetcafé · het privéterrein.Vraag: welke categorie? Wat is de regel? Is het een samenstelling?
  2. Lees voor: ‘Mijn tante bestelt een broodje in het buurtcafé.’ Uw kind schrijft de zin op en zoekt de persoonsvorm en het onderwerp.Zeg de zin als vraag: welk woord komt vooraan?
  3. Werkwoorden: u zegt het hele werkwoord (blazen · kruipen · rijden); uw kind schrijft hij … in de tegenwoordige tijd en hij … in de verleden tijd.Vraag: wat is de ik-vorm? Welke regel hoort erbij?
  4. Uit het dagelijks leven: zoek op een menukaart of verpakking een woord met een streepje op de laatste e. Schrijf het op en zeg de regel.Vraag: hoor je aan het eind een lange ee?

Hoe ging het?

Tip van de juf

  • Eerst de regel zeggen en dan pas de é schrijven: zo doet de juf het ook (‘wacht voor de é’). Dat helpt uw kind het streepje niet te vergeten.
  • Zeg klanken, geen letternamen (‘caa’): zo verwoorden de kinderen op school.
Antwoorden voor de ouder: 1: *buurtcafé, *eetcafé en *privéterrein zijn samenstellingen (sterretje ervoor); bij het deel met é: Caféwoord. Met een streepje op de e. · 2: persoonsvorm bestelt; onderwerp mijn tante · 3: hij blaast – blies · hij kruipt – kroop · hij rijdt – reed · 4: eigen voorbeeld
Home coaching card · De Bloesem

The café word: a little stroke on the e

Year group 6Spelling · Block 5, week 1 · lesson 110 min, no screens

Learning goal: "I can write the café word correctly."

How you coach: putting the café word into words, as at school

Today your child learned a new category: the caféwoord (café word). These are French loanwords such as café and saté, with a long /ee/ sound at the end. The rule: Caféwoord. Met een streepje op de e. (Café word. With a little stroke on the e.) The stroke makes the sound long: it is /kaafee/, not /kaafu/.

  • Let your child explain. You listen and ask more.
  • Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
  • Praise the method, not just the answer.
  1. Do you hear a long /ee/ at the end of the word, as in /kaafee/? Then it may be a café word.
    AskWhich sound do you hear at the end of the word?
  2. Say the rule: Caféwoord. Met een streepje op de e.
    AskWhich category is this? What is the rule?
  3. Put the word into words from left to right, using letter sounds (the sound, not the name of the letter). Stop before the é and say the rule; then carry on writing.
    AskWhat do you say just before you write the é?
  4. Write the word down. A samenstelling (compound word)? Put a star in front of it.
    AskIs the stroke on the e? Is it a compound word?

Words in bold are the Dutch words your child uses in class.

Practise together at the table

  1. Read each word aloud once; your child says it back and writes it down: het buurtcafé · het eetcafé · het privéterrein.Ask: which category? What is the rule? Is it a compound word?
  2. Read aloud: ‘Mijn tante bestelt een broodje in het buurtcafé.’ Your child writes the sentence and finds the persoonsvorm (finite verb) and the onderwerp (subject).Say the sentence as a question: which word comes first?
  3. Verbs: you say the whole verb (blazen · kruipen · rijden); your child writes hij … in the present tense and hij … in the past tense.Ask: what is the ik-vorm (the ‘I’ form)? Which rule goes with it?
  4. From daily life: find a word with a stroke on the last e on a menu or packaging. Write it down and say the rule.Ask: do you hear a long ee at the end?

How did it go?

Tip from the teacher

  • First say the rule, and only then write the é: the teacher does it the same way (‘stop before the é’). That helps your child not to forget the stroke.
  • Say sounds, not letter names (‘caa’): that is how the children put words into words at school.
Answers for the parent: 1: *buurtcafé, *eetcafé and *privéterrein are compound words (star in front); for the part with é: Caféwoord. Met een streepje op de e. · 2: persoonsvorm bestelt; onderwerp mijn tante · 3: hij blaast – blies · hij kruipt – kroop · hij rijdt – reed · 4: own example

Was deze kaart nuttig?Was this card useful?

Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.

Deze kaart in een andere taal of laten voorlezen? Scan de code. This card in another language or read aloud? Scan the code.
De Bloesem · groep 6 · gemaakt bij de les van de juf De Bloesem · group 6 · made with the teacher's lesson