Coachkaart voor thuis · De Bloesem

Herhaling zonder kaart: woorden en tijden

Groep 6Spelling · Blok 4, week 4 · les 410 min, zonder scherm

Lesdoel: "Ik kan de categorieën en werkwoorden waar ik nog moeite mee heb goed schrijven."

Zo coacht u: dictee zonder categoriekaart

Uw kind maakte vandaag weer een dictee zonder categoriekaart en met het staalboek dicht: de regels moeten in het hoofd zitten. Ook oefende uw kind de tijden van het werkwoord: tegenwoordige tijd, verleden tijd en voltooide tijd.

  • Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
  • Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
  • Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
  1. Luister naar het woord en zeg het na.
    VraagWelk woord hoorde je? Zeg het nog eens.
  2. Denk in je hoofd aan de categorie en de regel. Bij het nakijken zeg je de categorienaam en de regel, geen nummers.
    VraagWelke categorie is dit? Wat is de regel?
  3. Schrijf het woord op. Een samenstelling krijgt een sterretje ervoor. Spel het woord niet met letternamen.
    VraagIs het een samenstelling?
  4. Werkwoord: in welke tijd staat het? Verander de tijd en zeg de werkwoordregel: Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd: ik-vorm+t, behalve bij ik en als jij of je erachter staat.
    VraagIn welke tijd staat het? Hoe zeg je het in de andere tijd?

Samen oefenen aan tafel

  1. Lees elk woord één keer voor; uw kind zegt het na en schrijft het op, zonder boek: ’s middags · benieuwd · de citroen · de overnachting.Vraag: welke categorie(ën) zitten erin?
  2. Verander de tijd: hij bestelt → hij heeft … · zij heeft verzameld → zij …Vraag: in welke tijd staat het werkwoord?
  3. Schrijf de verleden tijd en de voltooide tijd van: ik denk · jij bijt · wij lopen.Vraag: verandert de klank in het werkwoord?

Hoe ging het?

Tip van de juf

  • Laat uw kind het woord nooit spellen met letternamen: dan gaat het fout. Zeg de klanken.
  • Veelgemaakte fout: de tijd verwarren. Voltooide tijd is hebben of zijn + een voltooid deelwoord (hebben gevierd).
Antwoorden voor de ouder: 1: ’s middags: Apostrof-s-woord. Eerst apostrof, dan s. · benieuwd: voorvoegsel (Ik schrijf e), eeuw-ieuw-woord (Ik denk aan de u), langermaakwoord (benieuwde, d) · de citroen: centwoord (Ik schrijf c), kilowoord (Ik schrijf i) · de overnachting: luchtwoord (korte klank + cht), zingwoord (Ik schrijf ng) · 2: hij heeft besteld · zij verzamelt · 3: ik dacht, ik heb gedacht · jij beet, jij hebt gebeten · wij liepen, wij hebben gelopen.
Home coaching card · De Bloesem

Revision without the card: words and tenses

Year group 6Spelling · Block 4, week 4 · lesson 410 min, no screens

Learning goal: "I can correctly write the categories and verbs I still find difficult."

How you coach: dictation without the category card

Today your child did another dictation without the category card and with the Staal book closed: the rules have to be in their head. Your child also practised the tenses of the verb: tegenwoordige tijd (present), verleden tijd (past) and voltooide tijd (perfect).

  • Let your child explain. You listen and ask more.
  • Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
  • Praise the method, not just the answer.
  1. Listen to the word and say it back.
    AskWhich word did you hear? Say it again.
  2. Think of the category and the rule in your head. When checking, you say the category name and the rule, no numbers.
    AskWhich category is this? What is the rule?
  3. Write the word down. A samenstelling (compound word) gets a star in front of it. Do not spell the word with letter names.
    AskIs it a compound word?
  4. Verb: which tense is it in? Change the tense and say the verb rule: Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd: ik-vorm+t, behalve bij ik en als jij of je erachter staat. (Finite verb in the present tense: the ‘I’ form + t, except with ik and when jij or je comes after it.)
    AskWhich tense is it in? How do you say it in the other tense?

Words in bold are the Dutch words your child uses in class.

Practise together at the table

  1. Read each word aloud once; your child says it back and writes it down, without the book: ’s middags · benieuwd · de citroen · de overnachting.Ask: which categories are in it?
  2. Change the tense: hij bestelt → hij heeft … · zij heeft verzameld → zij …Ask: which tense is the verb in?
  3. Write the past tense and the perfect tense of: ik denk · jij bijt · wij lopen.Ask: does the sound in the verb change?

How did it go?

Tip from the teacher

  • Never let your child spell the word with letter names: that is where it goes wrong. Say the sounds.
  • Common mistake: mixing up the tenses. The perfect tense is hebben or zijn + a voltooid deelwoord (past participle), as in hebben gevierd.
Answers for the parent: 1: ’s middags: Apostrof-s-woord. Eerst apostrof, dan s. · benieuwd: voorvoegsel (Ik schrijf e), eeuw-ieuw-woord (Ik denk aan de u), langermaakwoord (benieuwde, d) · de citroen: centwoord (Ik schrijf c), kilowoord (Ik schrijf i) · de overnachting: luchtwoord (korte klank + cht), zingwoord (Ik schrijf ng) · 2: hij heeft besteld · zij verzamelt · 3: ik dacht, ik heb gedacht · jij beet, jij hebt gebeten · wij liepen, wij hebben gelopen.

Was deze kaart nuttig?Was this card useful?

Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.

Deze kaart in een andere taal of laten voorlezen? Scan de code. This card in another language or read aloud? Scan the code.
De Bloesem · groep 6 · gemaakt bij de les van de juf De Bloesem · group 6 · made with the teacher's lesson