Voegwoord, komma en zinsdelen
Lesdoel: "Ik kan het voegwoord herkennen en de komma bij voegwoorden goed zetten."
Zo coacht u: voegwoord, komma en zinsdelen
Uw kind oefende vandaag opnieuw het voegwoord en de komma: voor het voegwoord schrijf je een komma, behalve bij en en of. Ook zocht uw kind in een zin de persoonsvorm, het werkwoordelijk gezegde en het onderwerp.
- Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
- Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
- Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
- Zeg: โIk zie de zin โฆ en de zin โฆ Het voegwoord โฆ maakt de twee zinnen aan elkaar vast.โ Schrijf vw eronder.VraagWelke twee zinnen zie je? Welk woord maakt ze vast?
- Zeg: โIk schrijf de komma voor het voegwoordโ, behalve bij en en of. De komma staat direct achter het woord ervoor.VraagKomt er een komma voor dit voegwoord? Waar precies?
- Persoonsvorm (pv): maak van de zin een vraag of zeg hem in een andere tijd. Welk woord komt vooraan of verandert?VraagWelk woord is de persoonsvorm? Hoe weet je dat?
- Onderwerp (ond): vraag wie of wat + de persoonsvorm. Werkwoordelijk gezegde (wwg): de persoonsvorm en alle andere werkwoorden.VraagWie of wat โฆ (zeg de persoonsvorm)? Welke werkwoorden staan er?
Samen oefenen aan tafel
- Lees voor; uw kind schrijft met de komma op de goede plek: Ik help mijn vader terwijl hij de auto wast. ยท Wij hebben geen tijd maar wij komen toch even langs. ยท Wil je vlees of wil je vis?Vraag: welk woord maakt de zinnen vast? Komt er een komma voor?1: Ik help mijn vader, terwijl hij de auto wast. ยท Wij hebben geen tijd, maar wij komen toch even langs. ยท Wil je vlees of wil je vis? (of: geen komma)
- Lees voor: โIk doe de deur dicht zodat de kat niet weg kan.โ Welk woord is het voegwoord? Waar komt de komma?Vraag: wat zijn de twee zinnen?2: voegwoord zodat: Ik doe de deur dicht, zodat de kat niet weg kan.
- Lees voor: โDe bakker verkoopt vers brood.โ Uw kind zoekt de persoonsvorm, het werkwoordelijk gezegde en het onderwerp.Maak er een vraag van of zeg de zin in een andere tijd: welk woord komt vooraan of verandert?3: persoonsvorm verkoopt, werkwoordelijk gezegde verkoopt, onderwerp de bakker.
- Uit het dagelijks leven: zoek in een boek of folder een zin met een voegwoord. Staat er een komma voor?Vraag: maakt dit woord twee zinnen vast?
Hoe ging het?
Tip van de juf
- Veelgemaakte fout: een komma vergeten, of een komma zetten voor en of of.
- Het werkwoordelijk gezegde kan uit meer dan รฉรฉn werkwoord bestaan (heeft gemaakt): de persoonsvorm is er dan รฉรฉn van.
Conjunction, comma and parts of the sentence
Learning goal: "I can recognise the conjunction and put the comma correctly with conjunctions."
How you coach: conjunction, comma and parts of the sentence
Today your child practised the voegwoord (conjunction) and the comma again: before the conjunction you write a comma, except with en (and) and of (or). Your child also looked for the persoonsvorm (finite verb), the werkwoordelijk gezegde (verbal predicate) and the onderwerp (subject) in a sentence.
- Let your child explain. You listen and ask more.
- Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
- Praise the method, not just the answer.
- Say: โIk zie de zin โฆ en de zin โฆ Het voegwoord โฆ maakt de twee zinnen aan elkaar vast.โ (I see the sentence โฆ and the sentence โฆ The conjunction โฆ joins the two sentences together.) Write vw under it.AskWhich two sentences do you see? Which word joins them?
- Say: โIk schrijf de komma voor het voegwoordโ (I write the comma before the conjunction), except with en and of. The comma goes straight after the word before it.AskDoes a comma go before this conjunction? Where exactly?
- Finite verb (pv): turn the sentence into a question or say it in a different tense. Which word comes first or changes?AskWhich word is the finite verb? How do you know?
- Subject (ond): ask wie of wat (who or what) + the finite verb. Verbal predicate (wwg): the finite verb and all the other verbs.AskWie of wat โฆ (who or what + the finite verb)? Which verbs are there?
Words in bold are the Dutch words your child uses in class.
Practise together at the table
- Read aloud; your child writes it with the comma in the right place: Ik help mijn vader terwijl hij de auto wast. ยท Wij hebben geen tijd maar wij komen toch even langs. ยท Wil je vlees of wil je vis?Ask: which word joins the sentences? Does a comma go before it?1: Ik help mijn vader, terwijl hij de auto wast. ยท Wij hebben geen tijd, maar wij komen toch even langs. ยท Wil je vlees of wil je vis? (of: no comma)
- Read aloud: โIk doe de deur dicht zodat de kat niet weg kan.โ Which word is the conjunction? Where does the comma go?Ask: what are the two sentences?2: conjunction zodat: Ik doe de deur dicht, zodat de kat niet weg kan.
- Read aloud: โDe bakker verkoopt vers brood.โ Your child finds the finite verb, the verbal predicate and the subject.Turn it into a question or say the sentence in a different tense: which word comes first or changes?3: persoonsvorm verkoopt, werkwoordelijk gezegde verkoopt, onderwerp de bakker.
- From daily life: find a sentence with a conjunction in a Dutch book or leaflet. Is there a comma before it?Ask: does this word join two sentences together?
How did it go?
Tip from the teacher
- Common mistake: forgetting a comma, or putting a comma before en or of.
- The verbal predicate can be more than one verb (heeft gemaakt): the finite verb is then one of them.
Was deze kaart nuttig?Was this card useful?
Dank je! Je antwoord is anoniem; alleen het aantal gaat naar de juf.Thank you! Your answer is anonymous; only the count goes to the teacher.
Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.