Persoonsvorm met jij, en de tijd van het werkwoord
Lesdoel: "Ik kan de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd goed schrijven."
Zo coacht u: persoonsvorm en tijd, de werkwoordregel van school
Uw kind oefende vandaag de persoonsvorm opnieuw, met extra aandacht voor jij: staat jij ervoor (jij gelooft) of erachter (geloof jij?)? Ook benoemde uw kind de tijd van een werkwoord: tegenwoordige tijd, verleden tijd of voltooide tijd.
- Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
- Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
- Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
- Is het een persoonsvorm? Zo ja: ga verder met het werkwoordschema en gebruik de werkwoordregel: Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd: ik-vorm+t, behalve bij ik en als jij of je erachter staat.VraagIs het een persoonsvorm? Staat jij ervoor of erachter?
- Schrijf eerst de ik-vorm en dan de uitgang. Staat jij vóór het werkwoord, dan komt er wél een t (jij gelooft).VraagWat is de ik-vorm? Komt er een t achter?
- Staat jij erachter (verblijd jij?), dan blijft het alleen de ik-vorm: geen t.VraagWaarom komt hier geen t?
- Zeg in welke tijd het werkwoord staat: tegenwoordige tijd (kent), verleden tijd (speelde) of voltooide tijd (hebben gevierd).VraagIn welke tijd staat dit werkwoord?
Samen oefenen aan tafel
- Werkwoordenrij: u zegt het werkwoord (verdelen · vertellen · ontleden), uw kind schrijft ik … · hij … · … jij?Vraag: wat is de ik-vorm? Waar komt een t, en waar niet?1: ik verdeel · hij verdeelt · verdeel jij? / ik vertel · hij vertelt · vertel jij? / ik ontleed · hij ontleedt · ontleed jij?
- Lees voor: ‘Jij verandert het plan.’ en ‘Verander jij het plan?’ Schrijf ze op en leg het verschil uit.Vraag: waar staat jij in elke zin?2: jij ervoor: ik-vorm verander + t · jij erachter: alleen de ik-vorm
- Lees voor: ‘Zij vertelt een mop.’ · ‘Zij vertelde een mop.’ · ‘Zij heeft een mop verteld.’ Welke tijd?Vraag: welk woord is het werkwoord?3: tegenwoordige tijd · verleden tijd · voltooide tijd
- Bedenk samen drie colawoorden en zeg: Colawoord. Ik schrijf c.Vraag: welke klank hoor je?4: bijvoorbeeld cola, camping of consumptie.
Hoe ging het?
Tip van de juf
- Let op bij jij: jij ervoor betekent een t (jij gelooft), jij erachter betekent geen t (geloof jij?).
- Een voltooid deelwoord (hij heeft verzameld) is geen persoonsvorm: daar geldt de werkwoordregel niet.
Finite verb with jij, and the tense of the verb
Learning goal: "I can write the finite verb in the present tense correctly."
How you coach: finite verb and tense, the school’s verb rule
Today your child practised the finite verb again, with extra attention to jij (you): does jij come before the verb (jij gelooft) or after it (geloof jij?)? Your child also named the tense of a verb: tegenwoordige tijd (present), verleden tijd (past) or voltooide tijd (perfect).
- Let your child explain. You listen and ask more.
- Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
- Praise the method, not just the answer.
- Is it a persoonsvorm (finite verb)? If so: carry on with the werkwoordschema (verb chart) and use the verb rule: Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd: ik-vorm+t, behalve bij ik en als jij of je erachter staat. (Finite verb in the present tense: the ‘I’ form + t, except with ik and when jij or je comes after it.)AskIs it a finite verb? Does jij come before or after it?
- First write the ik-vorm (the ‘I’ form), then the ending. If jij comes before the verb, a t does go at the end (jij gelooft).AskWhat is the ik-vorm? Does a t go at the end?
- If jij comes after it (verblijd jij?), it stays just the ik-vorm: no t.AskWhy is there no t here?
- Say which tense the verb is in: tegenwoordige tijd (kent), verleden tijd (speelde) or voltooide tijd (hebben gevierd).AskWhich tense is this verb in?
Words in bold are the Dutch words your child uses in class.
Practise together at the table
- Verb rows: you say the verb (verdelen · vertellen · ontleden), your child writes ik … · hij … · … jij?Ask: what is the ik-vorm? Where does a t go, and where not?1: ik verdeel · hij verdeelt · verdeel jij? / ik vertel · hij vertelt · vertel jij? / ik ontleed · hij ontleedt · ontleed jij?
- Read aloud: ‘Jij verandert het plan.’ and ‘Verander jij het plan?’ Your child writes them down and explains the difference.Ask: where is jij in each sentence?2: jij before: ik-vorm verander + t · jij after: just the ik-vorm
- Read aloud: ‘Zij vertelt een mop.’ · ‘Zij vertelde een mop.’ · ‘Zij heeft een mop verteld.’ Which tense?Ask: which word is the verb?3: present · past · perfect
- Think of three colawoorden together (words where you hear a k but write c, like cola) and say: Colawoord. Ik schrijf c. (Cola word. I write c.)Ask: which sound do you hear?4: for example cola, camping or consumptie.
How did it go?
Tip from the teacher
- Watch out with jij: jij before the verb means a t (jij gelooft), jij after it means no t (geloof jij?).
- A voltooid deelwoord (past participle: hij heeft verzameld) is not a finite verb: the verb rule does not apply there.
Was deze kaart nuttig?Was this card useful?
Dank je! Je antwoord is anoniem; alleen het aantal gaat naar de juf.Thank you! Your answer is anonymous; only the count goes to the teacher.
Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.