Coachkaart voor thuis · De Bloesem

Werkwoorden en woorden zonder kaart

Groep 6Spelling · Blok 3, week 1 · les 210 min, zonder scherm

Lesdoel: "Ik kan de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd goed schrijven."

Zo coacht u: werkwoorden en woorden zonder kaart

Uw kind oefende vandaag opnieuw de persoonsvorm: Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd: ik-vorm+t, behalve bij ik en als jij of je erachter staat. Nieuw: de klankgroepenkaart en de categoriekaart zijn weg. Uw kind verwoordt een klankgroepenwoord nu ‘in het hoofd’ en maakte het dictee zonder categoriekaart.

  • Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
  • Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
  • Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
  1. Zeg het werkwoord en benoem het: ‘… is een persoonsvorm.’ Ga verder met het werkwoordschema en de werkwoordregel.
    VraagIs dit een persoonsvorm? Wat is de werkwoordregel?
  2. Zeg wie of wat erbij staat: ‘Er staat jij erachter, dus ik schrijf de ik-vorm’ of ‘Het is hij, dus ik schrijf de ik-vorm plus t.’
    VraagStaat jij erachter, of is het hij, zij of het? Wat is de ik-vorm?
  3. Een woord van een andere categorie? Denk in je hoofd aan de categorie en de regel, zonder categoriekaart.
    VraagWelke categorie zit erin? Wat is de regel?
  4. Een klankgroepenwoord verwoord je zonder kaart, met klanknamen: ‘De klankgroep is … De laatste klank is … Dat is een lange klank. Ik neem een stukje van de … weg.’
    VraagWat is de klankgroep? Wat is de laatste klank? Is die lang of kort?

Samen oefenen aan tafel

  1. Werkwoordenrij: u zegt het werkwoord (tekenen · leren · plukken), uw kind schrijft ik … · hij … · … jij?Vraag: wat is de ik-vorm? Waar komt een t?
  2. Lees voor; uw kind schrijft het werkwoord goed op: ‘Jij (pakken) je tas.’ · ‘(Kloppen) jij op de deur?’ · ‘Mijn vader (praten) met de buurman.’Vraag: staat jij ervoor of erachter? Wat is de ik-vorm?
  3. Lees elk woord één keer voor; uw kind zegt het na, schrijft het op en zegt de categorieën en de regels: de rituelen · het gezondste.Vraag: welke categorieën zitten erin?
  4. Bedenk samen twee werkwoorden waarvan de ik-vorm al op een t eindigt. Uw kind zegt ‘ik …, hij …’ en waarom er geen extra t komt.Vraag: op welke letter eindigt de ik-vorm?

Hoe ging het?

Tip van de juf

  • Veelgemaakte fout: een extra t schrijven als de ik-vorm al op een t eindigt (hij praat, niet hij praatt).
  • Laat uw kind in klanknamen praten (de klank ‘tuu’, niet de letternaam) en een woord nooit spellen.
Antwoorden voor de ouder: 1: ik teken · hij tekent · teken jij? / ik leer · hij leert · leer jij? / ik pluk · hij plukt · pluk jij? · 2: pakt · Klop · praat (de ik-vorm eindigt al op een t) · 3: de rituelen: Kilowoord. Ik schrijf i. + klankgroepen tuu en ee · het gezondste: grondwoord gezond + ste; voorvoegsel en langermaakwoord (gezonde, dus d) · 4: bijvoorbeeld rusten (ik rust · hij rust) of praten (ik praat · hij praat): de ik-vorm eindigt al op een t.
Home coaching card · De Bloesem

Verbs, and words without the card

Year group 6Spelling · Block 3, week 1 · lesson 210 min, no screens

Learning goal: "I can write the finite verb in the present tense correctly."

How you coach: verbs, and words without the card

Today your child practised the persoonsvorm (finite verb) again: Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd: ik-vorm+t, behalve bij ik en als jij of je erachter staat. (Finite verb in the present tense: the ‘I’ form + t, except with ik and when jij or je comes after it.) New: the sound group card and the category card have gone. Your child now works out a klankgroepenwoord (sound group word) ‘in their head’ and did the dictation without the category card.

  • Let your child explain. You listen and ask more.
  • Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
  • Praise the method, not just the answer.
  1. Say the verb and name it: ‘… is een persoonsvorm.’ (… is a finite verb.) Carry on with the werkwoordschema (verb chart) and the verb rule.
    AskIs this a finite verb? What is the verb rule?
  2. Say who or what goes with it: ‘Er staat jij erachter, dus ik schrijf de ik-vorm’ (jij comes after it, so I write the ‘I’ form) or ‘Het is hij, dus ik schrijf de ik-vorm plus t.’
    AskDoes jij come after it, or is it hij, zij or het? What is the ik-vorm?
  3. A word from another category? Think of the category and the rule in your head, without the category card.
    AskWhich category is in it? What is the rule?
  4. Work out a sound group word without the card, using letter sounds: ‘De klankgroep is … De laatste klank is … Dat is een lange klank. Ik neem een stukje van de … weg.’ (The sound group is … The last sound is … That is a long sound. I take a bit of the … away.)
    AskWhat is the sound group? What is the last sound? Is it long or short?

Words in bold are the Dutch words your child uses in class.

Practise together at the table

  1. Verb rows: you say the verb (tekenen · leren · plukken), your child writes ik … · hij … · … jij?Ask: what is the ik-vorm? Where does a t go?
  2. Read aloud; your child writes the verb correctly: ‘Jij (pakken) je tas.’ · ‘(Kloppen) jij op de deur?’ · ‘Mijn vader (praten) met de buurman.’Ask: does jij come before or after the verb? What is the ik-vorm?
  3. Read each word aloud once; your child says it back, writes it down and says the categories and the rules: de rituelen · het gezondste.Ask: which categories are in it?
  4. Think of two verbs together whose ik-vorm already ends in t. Your child says ‘ik …, hij …’ and why no extra t is added.Ask: which letter does the ik-vorm end with?

How did it go?

Tip from the teacher

  • Common mistake: writing an extra t when the ik-vorm already ends in t (hij praat, not hij praatt).
  • Let your child talk in letter sounds (the sound ‘tuu’, not the letter name) and never spell a word out.
Answers for the parent: 1: ik teken · hij tekent · teken jij? / ik leer · hij leert · leer jij? / ik pluk · hij plukt · pluk jij? · 2: pakt · Klop · praat (the ik-vorm already ends in t) · 3: de rituelen: Kilowoord. Ik schrijf i. (Kilo word: I write i.) + sound groups tuu and ee · het gezondste: root word gezond + ste; voorvoegsel (prefix) and langermaakwoord (gezonde, so d) · 4: for example rusten (ik rust · hij rust) or praten (ik praat · hij praat): the ik-vorm already ends in t.

Was deze kaart nuttig?Was this card useful?

Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.

Deze kaart in een andere taal of laten voorlezen? Scan de code. This card in another language or read aloud? Scan the code.
De Bloesem · groep 6 · gemaakt bij de les van de juf De Bloesem · group 6 · made with the teacher's lesson