Coachkaart voor thuis · De Bloesem

Herhaling: klankgroepenwoorden verwoorden

Groep 6Spelling · Blok 2, week 4 · les 210 min, zonder scherm

Lesdoel: "Ik kan de categorieën waar ik nog moeite mee heb goed schrijven."

Zo coacht u: klankgroepenwoorden en zinsdelen

Vandaag herhaalde uw kind de klankgroepenwoorden, ook die met -ueel en -eaal, en de andere categorieën in het woord, zoals het centwoord en het kilowoord. Uw kind verwoordt met klanknamen: de klankgroep, de laatste klank en wat het dan schrijft. In een zin zocht uw kind ook de persoonsvorm en het onderwerp.

  • Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
  • Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
  • Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
  1. Verwoord van links naar rechts: De klankgroep is … De laatste klank is … Lange klank: ik neem een stukje van de klank weg. Korte klank: ik schrijf de medeklinker dubbel. Medeklinker of tweetekenklank: ik schrijf wat ik hoor.
    VraagWat is de klankgroep? Wat is de laatste klank? Wat schrijf je dan?
  2. Zeg ook de andere categorieën in het woord, met de regel erbij.
    VraagWelke andere categorieën zitten erin?
  3. Zin: zoek de persoonsvorm (vraagproef of tijdproef) en het onderwerp (wie of wat + persoonsvorm?).
    VraagWelk woord verandert of komt vooraan? Wie of wat …?

Samen oefenen aan tafel

  1. Lees elk woord één keer voor; uw kind zegt het na, verwoordt de klankgroepen en schrijft het op: de bananen · de kilometer · de planeten.Vraag: is de laatste klank van de klankgroep kort of lang? Wat schrijf je dan?
  2. Lees voor: De kinderen bouwen een grote hut. Uw kind zoekt de persoonsvorm en het onderwerp.Zeg de zin in een andere tijd: welk woord verandert? Wie of wat + persoonsvorm?
  3. Kies samen één categorie waar uw kind nog moeite mee heeft en bedenk er drie woorden bij. Uw kind zegt bij elk woord de categorie en de regel.Vraag: hoe controleer je het woord?

Hoe ging het?

Tip van de juf

  • Zeg klanken, geen letternamen: ‘naa’, niet ‘en-aa’.
  • Bij woorden met een klankzuiver einde hoeft uw kind het klankzuivere deel niet te benoemen: daar gaat het meestal goed.
Antwoorden voor de ouder: 1: bananen: klankgroep baa en naa, lange klank: een stukje van de aa weg · kilometer: Kilowoord. Ik schrijf i. klankgroep loo en mee, lange klank: een stukje van de oo en van de ee weg · planeten: klankgroep plaa en nee, lange klank: een stukje van de aa en van de ee weg · 2: persoonsvorm bouwen (bouwden), onderwerp de kinderen · 3: eigen woorden, met categorie en regel.
Home coaching card · De Bloesem

Revision: talking through sound-group words

Year group 6Spelling · Block 2, week 4 · lesson 210 min, no screens

Learning goal: "I can correctly write the categories I still find difficult."

How you coach: sound-group words and parts of the sentence

Today your child revised the klankgroepenwoorden (sound-group words), including those with -ueel and -eaal, and the other categories in the word, such as the cent word and the kilo word. Your child talks the word through with letter sounds: the sound group, the last sound and what to write. In a sentence your child also found the persoonsvorm (finite verb) and the onderwerp (subject).

  • Let your child explain. You listen and ask more.
  • Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
  • Praise the method, not just the answer.
  1. Go from left to right: De klankgroep is … De laatste klank is … (The sound group is … The last sound is …) Long sound: take part of the sound away. Short sound: write the consonant twice. Consonant or two-letter sound: write what you hear.
    AskWhat is the sound group? What is the last sound? What do you write then?
  2. Also say the other categories in the word, with the rule.
    AskWhich other categories are in it?
  3. Sentence: find the finite verb (question test or tense test) and the subject (who or what + finite verb?).
    AskWhich word changes or comes first? Who or what …?

Words in bold are the Dutch words your child uses in class.

Practise together at the table

  1. Read each word aloud once; your child says it back, talks through the sound groups and writes it down: de bananen · de kilometer · de planeten.Ask: is the last sound of the sound group short or long? What do you write then?
  2. Read aloud: De kinderen bouwen een grote hut. Your child finds the finite verb and the subject.Say the sentence in another tense: which word changes? Who or what + finite verb?
  3. Together choose one category your child still finds difficult and think of three words for it. Your child says the category and the rule for each word.Ask: how do you check the word?

How did it go?

Tip from the teacher

  • Say sounds, not letter names: ‘naa’, not ‘en-aa’.
  • With words whose ending is written exactly as you hear it, your child does not need to name that part: that usually goes well.
Answers for the parent: 1: bananen: klankgroep baa en naa, lange klank: een stukje van de aa weg · kilometer: Kilowoord. Ik schrijf i. klankgroep loo en mee, lange klank: een stukje van de oo en van de ee weg · planeten: klankgroep plaa en nee, lange klank: een stukje van de aa en van de ee weg · 2: persoonsvorm bouwen (bouwden), onderwerp de kinderen · 3: own words, with category and rule.

Was deze kaart nuttig?Was this card useful?

Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.

Deze kaart in een andere taal of laten voorlezen? Scan de code. This card in another language or read aloud? Scan the code.
De Bloesem · groep 6 · gemaakt bij de les van de juf De Bloesem · group 6 · made with the teacher's lesson