Coachkaart voor thuis · De Bloesem

Tegenwoordige en verleden tijd van werkwoorden

Groep 6Spelling · Blok 10, week 2 · les 410 min, zonder scherm

Lesdoel: "Ik kan de categorieën en werkwoorden die ik geleerd heb goed schrijven."

Zo coacht u: categorie en regel zonder categoriekaart

Uw kind schreef vandaag het dictee zonder categoriekaart. Ook zette uw kind een heel werkwoord in de tegenwoordige tijd én in de verleden tijd, en noemde daarbij de werkwoordregel.

  • Laat uw kind vertellen. U luistert en vraagt door.
  • Vraag, maar zeg het antwoord niet voor. Ook niet als u het weet.
  • Prijs de aanpak, niet alleen het antwoord.
  1. Luister naar het woord en zeg het na.
    VraagWelk woord hoorde je? Zeg het nog eens.
  2. Denk in je hoofd aan de categorie en aan de regel. Schrijf het woord op en zet een sterretje voor een samenstelling.
    VraagWelke categorie is dit? Wat is de regel?
  3. Een werkwoord in de tegenwoordige tijd? Zeg de werkwoordregel: Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd: ik-vorm+t, behalve bij ik en als jij of je erachter staat en bij de gebiedende wijs.
    VraagWelke persoon is het? Komt er een t bij?
  4. Een werkwoord in de verleden tijd? Zeg de werkwoordregel: Persoonsvorm in de verleden tijd van een sterk werkwoord. Ik denk aan de categoriekaart.
    VraagWat is de verleden tijd van dit werkwoord?

Samen oefenen aan tafel

  1. Lees elk woord één keer voor; uw kind herhaalt het en schrijft het op, zonder staalboek: de mythe · typisch · de pinguïn.Vraag: welke categorie herken je? Wat is de regel?
  2. U noemt het werkwoord met een persoon (drinken: jij · vallen: ik · slapen: hij · vliegen: wij); uw kind schrijft de tegenwoordige en de verleden tijd.Vraag: welke werkwoordregel hoort bij de verleden tijd?
  3. Lees voor: ‘Mijn zus heeft de zesde bladzijde gelezen.’ Uw kind zet onder elk woord de woordsoort (znw, hww, lw, rtw, vdw) en noemt de tijd van de zin.Vraag: welk woord geeft een volgorde aan?

Hoe ging het?

Tip van de juf

  • Lukt de verleden tijd niet? Noem beide vormen meerdere keren na elkaar: zo hoort uw kind de klank veranderen.
  • Meer oefenen? Gebruik het oefenblad van deze les (de knop op de digitale kaart).
Antwoorden voor de ouder: 1: de mythe: Griekse y-woord. Ik schrijf Griekse y. · Theewoord. Ik schrijf t h. · typisch: Griekse y-woord. Ik schrijf Griekse y. · Isch-woord. Ik schrijf isch. · de pinguïn: Tremawoord. Puntjes op de i. · 2: jij drinkt – jij dronk · ik val – ik viel · hij slaapt – hij sliep · wij vliegen – wij vlogen (tegenwoordige tijd: werkwoordregel van stap 3; verleden tijd: stap 4) · 3: Mijn (geen label) zus (znw) heeft (hww) de (lw) zesde (rtw) bladzijde (znw) gelezen (vdw) · voltooide tijd (heeft gelezen)
Home coaching card · De Bloesem

Present and past tense of verbs

Year group 6Spelling · Block 10, week 2 · lesson 410 min, no screens

Learning goal: "I can correctly write the categories and verbs I have learned."

How you coach: category and rule without the category card

Today your child wrote the dictation without the categoriekaart (category card). Your child also put a whole verb into the present tense and into the past tense, and said the verb rule with it.

  • Let your child explain. You listen and ask more.
  • Ask, but do not give the answer. Not even if you know it.
  • Praise the method, not just the answer.
  1. Listen to the word and say it back.
    AskWhich word did you hear? Say it again.
  2. Think of the category and the rule in your head. Write the word down and put a star in front of a samenstelling (compound word).
    AskWhich category is this? What is the rule?
  3. A verb in the present tense? Say the verb rule: Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd: ik-vorm+t, behalve bij ik en als jij of je erachter staat en bij de gebiedende wijs. (Present-tense finite verb: ‘I’ form + t, except with ik, with jij/je after it, and in the imperative.)
    AskWhich person is it? Is a t added?
  4. A verb in the past tense? Say the verb rule: Persoonsvorm in de verleden tijd van een sterk werkwoord. Ik denk aan de categoriekaart. (Finite verb in the past tense of a strong verb. I think of the category card.)
    AskWhat is the past tense of this verb?

Words in bold are the Dutch words your child uses in class.

Practise together at the table

  1. Read each word aloud once; your child says it back and writes it down, without the staalboek (Staal book): de mythe · typisch · de pinguïn.Ask: which category do you recognise? What is the rule?
  2. You say the verb with a person (drinken: jij · vallen: ik · slapen: hij · vliegen: wij); your child writes the present and the past tense.Ask: which verb rule goes with the past tense?
  3. Read aloud: ‘Mijn zus heeft de zesde bladzijde gelezen.’ Your child writes the word class under each word (znw noun, hww auxiliary verb, lw article, rtw ordinal number, vdw past participle) and says which tense the sentence is in.Ask: which word tells you the order?

How did it go?

Tip from the teacher

  • Is the past tense not working? Say both forms several times one after the other: that way your child hears the sound change.
  • More practice? Use the practice sheet (button on the digital card).
Answers for the parent: 1: de mythe: Griekse y-woord. Ik schrijf Griekse y. (Greek y word. I write a Greek y.) · Theewoord. Ik schrijf t h. (Tea word. I write t h.) · typisch: Griekse y-woord. Ik schrijf Griekse y. · Isch-woord. Ik schrijf isch. (Isch word. I write isch.) · de pinguïn: Tremawoord. Puntjes op de i. (Trema word. Two dots on the i.) · 2: jij drinkt – jij dronk · ik val – ik viel · hij slaapt – hij sliep · wij vliegen – wij vlogen (present tense: verb rule from step 3; past tense: step 4) · 3: Mijn (no label) zus (znw) heeft (hww) de (lw) zesde (rtw) bladzijde (znw) gelezen (vdw) · perfect tense (heeft gelezen)

Was deze kaart nuttig?Was this card useful?

Anoniem: alleen het aantal gaat naar de juf.Anonymous: only the count goes to the teacher.

Deze kaart in een andere taal of laten voorlezen? Scan de code. This card in another language or read aloud? Scan the code.
De Bloesem · groep 6 · gemaakt bij de les van de juf De Bloesem · group 6 · made with the teacher's lesson